is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Assises, indien het over de schuldvraag te beslissen hadde gehad, het niet niet de correctioneele rechtbank eens was geweest. Wel is waar berustte de primitieve veroordeeling geheel op aanwijzingen, maar die aanwijzingen waren mijns inziens zóó sterk, dat aan eenc veroordeeling andermaal nauwelijks kon worden getwijfeld. Toch heeft de jury ter terechtzitting van het Hof van Assises, omtrent de vraag of beklaagde schuldig was, een ontkennend verdict uitgebracht, zoodat ik de overtuiging kreeg dat de Fransche magistraat, wien ik daarover mijne verwondering betuigde, gelijk had met mij te antwoorden, dat men met een jury nooit zeker kon zijn van eene veroordeeling en dat een Fransch advocaat, die over het noodige redenaarstalent beschikt en de gave bezit om jury en publiek mede te sleepen, veel vermag, te meer daar hij het laatste woord heeft. De Fransche balie beseft dit dan ook zeer goed en maakt, wanneer zij daartoe kans ziet, er steeds gebruik van om een beklaagde, die voor de correctioneele rechtbank is gedagvaard, naar de Assises te doen verwijzen.

Verder las ik in een der Nederlandsche couranten het navolgende : „Voor de rechtbank der Seine stond Woensdag eene vrouw „terecht, die haren man in eene opwelling van drift had doodgeschoten, omdat hij wegens haar wangedrag van haar wilde „scheiden".

„Gedurende de terechtzitting kreeg de vrouw een zenuwtoeval, en haar verdediger maakte van den algemeene ont„roering gebruik om van de jury een vrijsprekend vonnis uit „te lokken".

Wanneer men dergelijke zaken bjjwoont of leest en in het oog neemt, dat in vroegere jaren vooral kindermoordenaressen en later (en dat is lieden ten dage nog het geval) bedrogen of beleedigdc echtgenooten en minnaressen bijna zonder uitzondering door de jury in Frankrijk onschuldig worden verklaard, dan vraagt men zich af: waar moet het heen wanneer een beklaagde, die een feit heeft gepleegd, hetwelk volkomen bewezen en bij de wet strafbaar gesteld is, en die op grond van in het proces