is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat de eerste rechter de door beklaagdes raadsman voorgestelde niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie op grond dat, vermits in casu eene klacht van de persoon van Yatina ontbreekt en de ingestelde strafvervolging mitsdien krachtens artikel 10 van het Eeglement op de Strafvordering onwettig is, te recht heeft verworpen, doch zijne beslissing minder voldoende heeft gemotiveerd;

O. dienaangaande, dat ingevolge littr. C. en het laatste lid van artikel 3 van Staatsblad 1867 no. 10 de Europeesclie rechtbanken en rechters in eersten aanleg oordeelen over alle strafvervolgingen ingesteld o. a. tegen Dj aksa's, terwjjl verder bepaald is, dat de zaken op gewone bij algemeene verordeningen voorgeschreven wijze berecht worden;

dat mitsdien op beklaagde — tegen wien eene strafvervolging is ingesteld ter zake van strafbare feiten gepleegd tijdens hij het ambt van Djaksa bekleedde — van toepassing zijn de voor Europeanen geldende voorschriften der procesorde, opgenomen in het Keglemcnt op de Strafvordering;

dat artikel 10 van dat Eeglement echter bevat geen voorschrift van processueel of formeel maar van materieel recht en mitsdien niet van toepassing is op beklaagde, als onderworpen blijvende aan het materieele strafrecht, waaronder het Strafwetboek voor Inlanders;

dat nu als uitzonderingen op den regel, dat strafvervolging door de daartoe bevoegde autoriteit ambtshalve moet plaats hebben, in dat wetboek de gevallen worden vermeld waarin zonder eene klacht van de beleedigde partij of haar vertegenwoordiger geene strafvervolging mag plaats hebben (artikelen 254, 272 en 291 jo 282, 289 en 290);

dat vermits op dien regel zoodanige uitzondering niet is gemaakt bij het misdrijf van: „misbruik van vertrouwen" waar van onderwerpelijk de rede, het Openbaar Ministerie te recht zonder eene klacht te hebben ontvangen tegen den beklaagde eene vervolging heeft ingesteld;

O. wat de zaak zelve betreft: dat de eerste rechter op grond der wettige bewijsmiddelen in het vonnis vermeld te recht eene