is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigverklaring en veroordeeling tegen beklaagde uitgesproken en het gepleegde feit ook naar behooren omschreven heeft;

dat echter de opgelegde straf niet staat in juiste verhouding tot de zwaarte van het misdrevene;

O. dat mitsdien het vonnis behoort te worden verbeterd;

Gelet, behalve op de aangehaalde wetsbepalingen, op de artikelen 295, 301 en 411 van het Reglement op de Strafvordering voor de Raden van Justitie op Java enz., zoomede op de in het vonnis aangehaalde artikelen van het Strafwetboek voor Inlanders;

Rechtdoende:

Veroordeelt den beklaagde ter zake in het vonnis vermeld tot de straf van wegzending naar een oord van ballingschap voor den tijd van één jaar en zes maanden.

Bekrachtigt het vonnis voor het overige.

Veroordeelt den beklaagde nog in de kosten in revisie gevallen.

Raadkamer van 5 Juni 1895. Voorzitter: als voren.

Art . 305, 3o. Strafw. v. Inl. — Diefstal in dienstbaarheid.— Art. 187 jo. 186 eodem. — Openbare bewaarplaats.

Een telegram-besteller, tegen vast loon in dienst van een posten telegraafkantoor, van eene in dat kantoor staande tafel eenige brieven, geldswaardige papieren inhoudende, arglistig ivegnemende, pleegt niet het misdrijf bedoeld in art. 305, 3o. van het Strafw. v. Inl., omdat de diefstal niet is gepleegd ten nadeele van beklaagdes meester, noch van iemand die zich in het huis zijns meesters (het post en telegraafkantoor) bevond.

Dat kantoor moet echter als een openbare bewaarplaats worden aangemerkt, zoodat die feiten vallen onder het bereik van art. 187 jo. 186 van genoemd strafwetb.