is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIET IIOOG-GERECIITSIIOF VAN NEDERLANDSCH-INDIË,

Gezien de stukken van liet gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Sawi en liet in die zaak op den lsten April 1895 door den Landraad te Medan gewezen vonnis, waarbij de beklaagde is schuldig verklaard aan: „diefstal in dienstbaarheid", en deswege veroordeeld tot de straf van dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd van één jaar en in de kosten van het rechtsgeding, met last tot teruggave van de als stukken van overtuiging gediend hebbende voorwerpen aan de eigenaren of daarop rechthebbenden;

Gezien de schriftelijke conclusie namens den ProcureurGeneraal door den Advocaat-Generaal Mr. W. C. van Benthem Jutting genomen en gedagteekend den 14den Mei 1895 No. 305, daartoe strekkende, dat het Hoog-Gerechtshof het vonnis moge bekrachtigen;

Gehoord het rapport van den Vice-President Mr. G. II. Lowe;

O. dat de eerste rechter, op grond der in zijn vonnis vermelde wettige bewijsmiddelen, te recht als rechtens bewezen heeft aangenomen, dat de beklaagde in de maanden November en Januari jl., tijdens hij als telegrambesteller tegen een loon van 7 '/ 2 gulden 's maands in dienst was bij het post- en telegraafkantoor te Medan, van eene in dat kantoor staande tafel successievelijk vier gesloten brieven, inhoudende o. a. eenige geldswaardige papieren (stukken van overtuiging a, b, c en d), zoomede een brief geadresseerd naar Amplas, inhoudende eene kasorder groot $ 100.—, door beklaagde ingewisseld en verteerd, arglistig heeft weggenomen;

O. dat die rechter nochtans ten onrechte van meening is, dat die feiten daarstellen het misdrijf bedoeld bij artikel 305, 3o. van het Strafwetboek voor Inlanders en ze mitsdien onjuist heeft gequalifleeerd als „diefstal in dienstbaarheid";

dat immers volgens die wetsbepaling de daarbij vermelde verzwarende omstandigheid waarmede diefstal gepaard kan