is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met last tot teruggave van het stuk van overtuiging op de wijze als nader in het vonnis is omschreven;

Gezien de schriftelijke conclusie namens den Procureur-Generaal door den Advocaat-Generaal Mr. W. C. van Benthem Jutting genomen en gedagteekend den 8sten April 1895 No. 470, daartoe strekkende, dat het Hoog-Gerechtshof met verbetering van het vonnis den beklaagde zal schuldig verklaren aan: „medeplichtigheid aan diefstal als overtreding gepleegd, door het des bewust helen van een deel van het gestolene"; deswege, acht slaande op de hem ter politierol te Banjoemas ddo. 21 Mei 1894 opgelegde straf van drie maanden tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon, geene straf zal toepassen en overigens het vonnis moge bekrachtigen;

Gehoord het rapport van den Vice-President Mr. W. C. Veenstra;

O. dat de beklaagde op de wijze door de wet voorgeschreven en binnen den termijn bij deze gesteld verklaard heeft van het vonnis revisie te verlangen;

O. dat de eerste rechter, op grond der wettige bewijsmiddelen in het vonnis vermeld, te recht eene schuldigverklaring tegen den beklaagde uitgesproken, maar het gepleegde feit niet naar behooren omschreven heeft, in de eerste plaats omdat niet wettig is bewezen, dat de diefstal bij nacht is gepleegd;

O. dat bovendien niet is bewezen, dat de beklaagde den diefstal heeft gepleegd, wel dat hij door het des bewust helen van een deel van liet gestolene daaraan medeplichtig is;

O dat de waarde van het gestolene niet meer dan vijf en twintig gulden bedraagt, terwijl niet blijkt, dat de beklaagde te voren is veroordeeld geweest, zoodat het door hem bedreven feit slechts oplevert medeplichtigheid aan de bij artikel 317 alinea 2 van het Wetboek van Strafrecht voor Inlanders bedoelde overtreding;

O. dat den rechter in revisie geene termen zijn voorgekomen om ten gunste van den beklaagde verzachtende omstandigheden aan te nemen;