is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. clat liet Hof zich vercenigt met en al zoo overneemt hetgeen daaromtrent is overwogen in het vonnis a quo, gewezen op den 30en December 1891 door den Raad van Justitie te Makassar tusschen den appellant als ciseher in conventie, verweerder in reconventie en geïntimeerden als gedaagden in conventie, eischers in reconventie, bij welk vonnis in conventie den eischer zijne vordering is ontzegd, met zijne veroordeeling in de kosten van het geding en in reconventie: de eisch is toegewezen met veroordeeling van den reconventioneel gedaagde om binnen zes maanden na de beteekening van het vonnis ten overstaan van het Raadslid Mr. P. H. Fromberg, bij^dat vonnis als Rechter-Commissaris benoemd, aan de eischers in reconventie overeenkomstig de wet rekening en verantwooding af te leggen van het door hem sedert 1881 tot 1 Octobei' 1891 gevoerd beheer over liet aan de eischers in reconventie toebehoorend half aandeel in het perk „Zoeten inval"; wijders om aan de eischers in reconventie uit te betalen hetgeen zoo noodig na debat en contradebat zal blijken aan hen toe te komen, met de wettelijke renten daarover van af het instellen der reconventioneele vordering, tol welks voldoening hij zelfs door lijfsdwang zal kunnen worden gedwongen, met bepaling, dat de reconventioneel gedaagde, indien hij in gebreke mocht blijven die rekening en verantwoording af te leggen, daartoe zal kunnen worden gedwongen door middel van executie zijner roerende en onroerende goederen en zelfs door middel van lijfsdwang ten beloope van eene som van een honderd vijftig duizend gulden en met veroordeeling van den reconventioneel gedaagde bovendien in de kosten;

O. dat de appellant, zich met dat vonnis bezwaard achtende, zich bij verzoekschrift van den 5den Juli 1892 tot het Hof heeft gewend tot bepaling van den rechtsdag, op welken de geintimeerden zullen worden opgeroepen en van den termijn, die tusschen de dagvaarding en den dag van verschijning in rechten der in Nederlandsch-Indië, doch buiten Java woonachtigen, zal moeten verloopen;