is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomstig - liet voorschrift der wet verricht, van den beginne af was nietig;

O. dat appellant ter adstructie er op heeft gewezen, dat het verzet geheel overeenkomstig het daarop betrekking hebbende voorschrift van artikel 803 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering is aangeteekend, immers de verklaring, namens de Regeering door haar procureur i. c. den Officier van Justitie te Padang, ter griffie is afgelegd;

dat hij echter daarbij over het hoofd ziet. dat geene enkele wettelijke bepaling dien Officier in het bjjzonder tot het aanteekenen van een verzet als onderwerpelijk gerechtigd verklaarde en deze ambtenaar, bij gebreke van eene van de Regeering uitgaande machtiging, welke slechts in staat was 0111 den met uitsluiting van anderen voor Haar oecupeerenden ambtenaar bevoegd te maken, wel feitelijk verklaring kon uitbrengen, maar daaraan geen wettig bestaan vermocht te verzekeren;

dat verder appellants argument, dat ingevolge artikel 92 van het Reglemoèit op de Burgerlijke Rechtsvordering geenerlei exploit enz. ipso jure nietig is en in artikel 803 ten lo eodem geene nietigheid is bedreigd, geen gewicht in de schaal kan leggen;

dat toch, niettegenstaande de eerstbedoelde-bepaling in geheel algemeene bewoordingen is vervat, het niet twijfelachtig is, dat gebiedende wetsvoorschriften ook de nietigheid eener acte veroorzaken, al was zulks niet uitdrukkelijk voorgeschreven, indien de verzuimde vorm tot de substantie der acte behoort;

dat dan ook ten deze een wezenlijk vereisclite voor de wettigheid van de gerechtelijke handeling, het verrichten door een daartoe bevoegd persoon, ontbreekt;

dat nu, hetzij men artikel 1807 ten 2e van het Burgerlijk Wetboek aanmerkt als geschreven voor het enkele geval, dat een lasthebber zijn last overschrijdt, hetzij men daarin de uitdrukking leest van een algemeen erkend rechtsbeginsel, hetwelk bjj het ontbreken van voorafgaande machtiging gelijke gevolgen als deze medebrengt, een uitdrukkelijke