is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king rechten worden uitgeoefend, ontleend aan het ontginningsrecht;

dat deze stelling echter behoort te worden verworpen als door partij in onafscheidelijk verband gebracht met het bestaan van het beschikkingsrecht der adathoofden, hetwelk wordt ontkend, daargelaten nog dat de bedoelde rechten worden ontleend aan het feit van ontginning welke in aperten strijd zou zijn met het positum, dat de gemelde terreinen uitmaken woesten grond;

O. dat de bij het principaal appèl door appellant voorgebrachte grieven ongegrond geoordeeld wordende, hij met het vonnis van den eersten rechter niet is bezwaard en mitsdien de bekrachtiging daarvan behoort te worden uitgesproken;

O. dat door geintimeerde incidenteel appèl is aangcteekcnd, ten einde verbetering te verkrijgen van eene fout, welke in het dictum van 's Raads vonnis zou zijn ingeslopen, in zooverre, dat het vroeger gewezen vonnis van datzelfde college, waarbij geintimeerdes (lees: appellant) eigendom op het gelibelleerde perceel werd uitgewezen, niet van 29 Mei maar van 30 October 1890 dateert;

dat een lapsus calami evenwel nimmer een beroep tegen een vonnis kan doen ontvankelijk zijn des echter, dat de juistheid der opmerking aanleiding geeft daarmede bij de bekrachtiging rekening te houden;

Gelet op de artikelen 58, 327, 334, 335, 339 en 350 van liet Reglement op do Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende:

Verklaart geintimeerde niet ontvankelijk met haar incidenteel appèl.

Bekrachtigt het vonnis van den Raad van Justitie tc Padang ddo. 18 Januari 1894 tussclien partijen gewezen, met dien verstande, dat wordt verklaard, dat geintimeerde te recht in verzet is gekomen tegen het op 30 October 1890 door datzelfde rechtscollege op het verzoekschrift van R. Goldic ddo. 31 Juli 1887 gewezen vonnis en dat mitsdien buiten effect wordt gesteld.