is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„betalen tot algeheel voldaan is, wanneer zij nalatig moclit zijn, „de gemelde schuld af te betalen. Semarang 29/10—92", voorkomende onder aan de ten processe overgelegde schuldbekentenis, aan eischer zijne vordering is ontzegd, met zijne veroordeeling in de kosten des gedings, met uitzondering van die op het verstek gevallen, welke ten laste blijven van gedaagde, defaillant;

Gelet op de memorie namens den requirant door den Advocaat en Procureur bij het IIoog-Gerechtshof van NederlandsehIndië Mr. Jan Gerritzen ter griffie van het Hoog-Gerechtshof ingediend, waarbij tegen voormeld vonnis cassatie is ingesteld;

Nog gelet op de memorie van antwoord in cassatie namens den gerequircerde door den Advocaat en Procureur Mr. Taco Henny ingediend;

Gehoord partyen;

Gehoord de, door den Advocaat-Generaal Mr. C. H. Nieuwenliuijs, namens den Procureur-Generaal, ter openbare terechtzitting van den llden April 1895 genomen en schriftelijk overgelegde conclusie, daartoe strekkende, dat het beroep in cassatie zal worden verworpen, met veroordeeling van requirant in de daarop gevallen kosten;

Gezien de stukken;

O. dat namens den requirant bij memorie van eisch is gesteld:

lo. schending, dan wel verkeerde toepassing van artikelen 1, 12 en 23 van de Zegel-Ordonnantie, Staatsblad 1885 No. 131 en van artikel 1 van de lijst van vrijstellingen van het zegelrecht in Nederlandsch-Indië, bij voormeld Staatsblad behoorendc, doordat de Raad van Justitie voornoemd, op de gronden in het vonnis a quo vermeld, de borgstelling van den heer S. Th. Abels, die vervat is in een geschrift op een zegel van f 1,50 geschreven, als ongezegeld buiten het geding heeft gesteld en daarop geen acht heeft geslagen;

2o. schending dan wel verkeerde toepassing van artikelen 8 No. 3 en 78 der Burgerlijke Rechtsvordering, artikelen 1805, 1867 en 1875 van het Burgerlijk Wetboek, door te beslissen, dat de