is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. met samenvatting van het bovenstaande, dat het duidelijk is, dat de Landraad de eenige bevoegde rechter is om van de onderwerpelijke vordering kennis te nemen en de door gedaagde opgeworpen exceptie van onbevoegdheid des rechters hem mitsdien niet kan volgen;

Adjunct-Djaksa en Adviseur geraadpleegd;

Gelet op de aangehaalde wettelijke bepalingen en op artikelen 137, 185 en 187 Inlandsch Reglement;

Rechtdoende:

Verwerpt de voorgestelde exceptie van onbevoegdheid ratione materiae.

Verklaart zich bevoegd van de onderwerpelijke vordering kennis te nemen.

Veroordeelt den excipient in de kosten hierop gevallen, begroot op f 2,50 (Twee gulden en vijftig cents).

DE LANDRAAD VOORNOEMD,

Gehoord partijen; Gezien dc stukken; In facto:

Overnemende het exposé der feiten, vervat in 's Landraads tusschen partijen gewezen incidenteel vonnis, ddo. 31 Januari 1895 no. 119/1894, waarbij met veroordeeling van den excipient, thans gedaagde, in de kosten van het incident, de door hem opgeworden exceptie van onbevoegdheid des rechters ratione materiae is verworpen en de Landraad zich bevoegd heeft verklaard van de onderwerpelijke vordering kennis te nemen, en wijders:

O. dat de eischeresse bjj de vervolging der zaak ter terechtzitting nog heeft verklaard, dat zij geene bewijzen kan voorbrengen tot staving harer posita ten principale en zich slechts aan 's rechters prudentie wenscht te refereer en, waarna partijen vonnis hebben gevraagd en dc Landraad ten deze uitspraak heeft gedaan op heden;

In jure:

O. ambtshalve, als zijnde van publieke orde, dat eerst en vooraf behoort te worden nagegaan of dc eischeresse als ge-