is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft gehouden en 's Eaads vonnis dientengevolge moet worden vernietigd;

O. dat het Hof geen nader onderzoek noodig acht aangaande omstandigheden, die tot verlichting of verzwaring der op te leggen straf kunnen leiden en dus de zaak ten principale moet afdoen;

O. dat de Landraad op de gronden en motieven in zijn vonnis vermeld te recht eene schuldigverklaring en veroordeeling tegen den gercquireerde heeft uilgesproken, doch de feiten minder juist heeft gekwalificeerd;

O. dat de opgelegde straf in juiste verhouding staat tot de graviteit der gepleegde overtreding en 's Landraads vonnis dus ten aanzien der kwalificatie behoort te worden verbeterd, doch overigens, als wel en te recht gewezen, behoort te worden bekrachtigd, met veroordeeling van den gerequireerde ook in dc kosten op het hooger beroep en in cassatie gevallen;

Gelet op de artikelen 170, 171 en 173 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie, de artikelen 352, 354, 359, 360 en 362 en 411 van dat op de Strafvordering en de bovenaangehaalde wetsbepalingen;

Rechtdoende:

Vernietigt het in hooger beroep door den Raad van Justitie te Semarang (tweede kamer) op den 2en Mei 1895 tegen den gerequireerde uitgesproken vonnis.

En ten principale:

Verbetert het door den Landraad te Ambarawa op den 19en Februari 1895 gewezen vonnis.

Ve-klaart den beklaagde, thans gerequireerde, The Ing Ilok schuldig aan „onwettig bezit van koftic".

Bekrachtigt overigens vonnis.

Veroordeelt den beklaagde ook in de kosten op het hooger beroep en in cassatie gevallen.