is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oosterlingen, voornamelijk Chineezen, te maken heeft, waar handel drijven zonder crediet verleenen niet mogelijk is, kan lijfsdwang vooralsnog niet gemist worden. Toen sommige leden der Tweede Kamer, tijdens het onderzoek van het wetsvoorstel in de afdeelingen, op afschaffing van den lijfsdwang aandrongen, werd o. a. als argument aangevoerd dat lijfsdwang een middel is om op bloedverwanten en vrienden van den debiteur een zijdelingsehcn dwang tot betalen nit te oefenen, en gewaagde men dientengevolge van „ongeoorloofde speculatie op het familiegevoel '. Het kan zijn nut hebben er op te wijzen hoe aan Chineezen. die, al wonen zij in NederlandschIndië, daarom nog wel hun nationale instellingen kennen, deze speculatie op het familiegevoel als de natuurlijkste zaak ter waereld moet voorkomen.

Een onder sinologen gezaghebbend schrijver (*) deelt een en ander mode over de aansprakelijkheid van handelaren in China. De schrijver zet uiteen dat bij de nijvere klassen in China het sparen als aangeboren is, dat echter in China geen spaarbanken bestaan en dat daarom de sparende gemeente hare penningen, ten einde die productief te maken, in handels of industrieele ondernemingen belegt. Aan de buitenwaereld niet bekend, zijn deze inleggers niet aansprakelijk voor de schulden van de firma waaraan zij hun geld toevertrouwden, in geval van insolventie der firma kunnen zij niet meer verliezen dan hun inbreng. Alleen de handelende, naar buiten optredende vennooten (active partners), de leiders der zaak. in wier naam de zaak gedreven wordt, zijn de aansprakelijke personen.

Zij zijn „jointly and severally responsible, with their property, person and life, for all the liabilities of their business concern".

(') „The Commercial law alïeeting Chinese, with special reference to partnership registration and 1 aukruptey laws in Hongkong", (lteprinted from the „China Mail") Hongkong 1882. De schrijver noemt zijn naam niet, vermoedelijk omdat in zijn verhandeling hier en daar scherpe aanvallen voorkomen tegen het toenmalig Gouvernement van Hongkong.