is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat de eischercs bij exploit van den deurwaarder bij het Hoog-Gerechtshof van Nederlandsch-Indië Nicolaas van Beuzekoin ddo. 9 Mei 1895 zich zelve heeft doen dagvaarden en daarbij als feiten heeft gesteld:

dat zij, blijkens de aan liet hoofd voerende de woorden „In naam des Konings" in exeeutorialen vorm uitgegeven grosse van een besluit der Algemeene Kekenkamer, eerste tafel, ddo. 14 September 1885, 3e bureau, numero 8519/3, van den heer W. F. Mayer, gewezen President van de Wees-en Boedelkamer te Padang, thans zonder bekend beroep, wonende te Semarang, ter zake van een tekort in kas als in dat besluit breeder omschreven, te vorderen had oorspronkelijk een bedrag van/'20.000.— (twintig duizeud gulden), doch daarop sedert door zijne hoofdelijke mededebiteuren afbetaald is een som van f 6781.97 5 (zes duizend zeven honderd één en tachtig gulden, zeven en negentig en een halve cent):

dat eischeres, bij exploit van den deurwaarder Leopold Schmidgall te Semarang de dato 18 Maart 1895, die grosse aan haren schuldenaar heeft doen beteekenen, met gelijktijdig bevel tot betaling;

dat toen aan dit bevel niet werd voldaan, eischeres, blijkens exploit van den deurwaarder bij het Hoog-Gerechtshof van Nederlandsch-Indië Nicolaas van Beuzekom voornoemd de dato 28 Maart 1895, ter verzekering en om betaling te erlangen van voormeld bedrag van f 20.000.— met de kosten van executie onder handen en beheer van gedaagde executoriaal beslag gelegd heeft op alle goederen en gelden, welke zij aan haren schuldenaar verschuldigd mocht zijn of worden of vaij hem onder zich mocht hebben of krijgen;

dat bij al deze verrichtingen de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten behoorlijk zijn opgevolgd;

dat al verder de eischeres dit beslag binnen de bij de wet voorgeschreven termijnen op wettige wijze, blijkens exploit van voornoemden deurwaarder Leopold Sehmidg.ill de dato 1 April 1895, aan den geëxecuteerde heeft doen beteekenen en sedert