is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat daartoe geen andere weg openstaat dan zich zeiven te dagvaarden en op die wijze den rechter te adieeren van dezen eene beslissing te krijgen, trouwens art. 481 jo. 733 en 734 en vlgd. B. Rv. imperatief de dagvaarding voorschrijven, ja zelfs de wetgever, waar hij in art. 759 een beslag onder den crediteur zeiven honoreert, blijkbaar uit het feit, dat hij deswege geen andere procedure voorgeschreven heeft niet anders gewild heeft dan dat de gewone procedure zoo goed mogelijk gevolgd wordt;

dat een condemnatuin, als thans gevraagd wordt, ook niet kan gemist worden, willen geene belangen van derden gekrenkt worden, welke de wetgever juist door een procedure als de onderhavige heeft willen beschermen (zie art. 747 B. Rv.);

dat gevraagd wordt hoe men in cas, dat ook derden beslag hebben gelegd, ooit in het rechte pad zou kunnen geraken als niet de onderhavige procedure toegepast wordt, maar dit dan ook 't beste bewijs is voor de stelling, dat al moge een dagvaarding als de onderhavige op den eersten oogopslag vreemd schijnen, deze procedure niettemin gebiedend noodig is tot bereiking van het doel, daarmede door den wetgever beoogd;

dat Carré (ad art. 558, Question No. 1925 in fine) dan ook leert: qu'il est beaucoup plus prudent de faire tous les actes qu'indique le code de procedure," te recht Pigeau, die eene andere meening aankleeft, bestrijdende; te recht, omdat de weg door dezen laatste aangegeven, gelijk boven aangetoond is, niet verschaft de zoo noodige rechterlijke machtiging, niet beschermt de rechten van derden, en dikwjjls kan uitloopen op een toeëigening van het pand; en mitsdien ten dienenden dag voor eisch heeft gèconcludeerd: dat het den Hove moge behagen om nadat de gedaagde en derde gearresteerde ter terechtzitting van den Hove eene schriftelijke en door haar onderteekende verklaring zal hebben afgelegd van hetgeen zij van den heer W. F. Mayer, gewezen President van de Wees-en Boedelkamer te Padang, thans zonder bekend beroep, wonende te Semarang, onder zich heeft of aan