is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen en uitgesproken op den 25sten Mei 1895. waarbij hij. met absolutie van de instantie, wat betreft liet meerdere of overige van het hem bij de klacht ten laste gelegde, is schuldig verklaard aan: „misbruik van vertrouwen, twee malen gepleegd"; overzulks veroordeeld tot de straf van militaire gevangenis voor den tijd van één jaar en zes maanden en verwezen in de kosten en misen der Justitie, mitsgaders in die van den processe;

Gelezen den namens den appellant op den 24sten Juni 1895 gedienden eisch in appèl, waarbij wordt geconcludeerd: dat het den Ilove moge behagen, met ontvangst van het appèl, te vernietigen het vonnis waarvan appèl en, doende wat de eerste rechter had behooren te doen, appellant vrij te spreken, met veroordeeling van den Lande in de kosten der beide instantien;

Nog gelezen de door den geappelleerde R. O. op den 2den Juli 1895 gediende schriftuur van antwoord in appèl, en eisch a minima, waarbij wordt geconcludeerd, dat het Hoog MilitairGerechtshof, met ontvangst van den eisch a minima en gedeeltelijk ook het appèl, zal te niet doen het vonnis van den Krijgsraad, met uitzondering van de veroordeeling in de kosten, en met verbetering van het vonnis den beklaagde van de hem in de eerste, tweede, derde en vierde plaats ten laste gelegde feiten zal vrijspreken, doch hem, ter zake van de hem in do vijfde en zesde plaats ten laste gelegde feiten, zal schuldig verklaren aan: „misbruik van vertrouwen tweemalen gepleegd" en overzulks veroordcelen tot de straf van één jaar gevangenis en in de kosten der appellatoire instantie en overigens het vonnis moge bekrachtigen:

Gezien de verdere stukken van den processe, zoo ter eerste instantie als in appèl gediend;

O. dat de beklaagde, thans appellant, te bekwamer tijd van het tegen hem gewezen vonnis is gekomen in liooger beroep;

O. dat den beklaagde, thans appellant, bij introductieve klacht van 27 Januari 1895, opgemaakt door den adjudantonderoffleier bij de garnizoens-compagnic van Riouw P, is ten laste gelegd;