is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cidenteel appellant, alleszins bevoegd was de wegneming van het gebouwde en geplante te vorderen en het beklaagde vonnis, voor zooverre dat deel der ingestelde vordering is ontzegd, vernietigd en met verbetering van het vonnis de geheele eisch moet worden toegewezen, behalve voor zooveel de gevraagde uitvoerbaarverklaring bij voorraad betreft, niettegenstaande hoogere voorziening, waarvoor thans geen termen meer aanwezig zijn;

Gelet op artikelen 58, 329 en 343 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering en artikel GOS van het Burgerlijk Wetboek;

Rechtdoende in hooger beroep:

Verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn beroep van het interlocutoir vonnis ddo. 20 Juli 1894, voor zooverre hem ambtshalve daarbij een getuigenbewijs is opgelegd.

Bekrachtigt overigens dat vonnis.

En wat het eindvonnis betreft:

Vernietigt dat vonnis, voor zooeecl aan geïntimeerde een gedeelte zijner vordering is ontzegd.

Wijst den geïntimeerde zijnen eisch en genomen conelusiën toe.

Veroordeelt mitsdien den appellant om binnen acht dagen, na de beteekening van dit arrest, het in de dagvaarding omschreven terrein met al het zijne en de zijnen te ontruimen en wederom ter algelieele beschikking van den geintimeerde te stellen, met machtiging op den eiselier om den appellant (oorspronkelijk gedaagde) bij gebreke van een en ander tot die ontruiming te dwingen, des noods met behulp van den sterken arm, alsmede tot wegbreking van het op of in den grond gebouwde of geplante, alles ten koste van laatstgenoemde.

Bekrachtigt overigens het vonnis a quo, behalve voor zooveel betreft de gevraagde uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Veroordeelt den appellant ook in de kosten der appellatoire instantie.