is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king K. H. Bos op Zaterdag den 13 October 1894 aan appellant gedaan, welk exploit bij de processtukken aanwezig is, om op Vrijdag den 19den October 1894 voor hem President te verschijnen, ten einde te worden aangemaand om aan het vonnis van 20 Augustus 1888 te voldoen, in verband met de onder dat exploit van aanzegging voorkomende aanteekening luidende: „Heden negentien October 1894 heeft ondergeteekende den veroordeelde Tjoa Tjien Goan aangemaand om binnen acht dagen aan het bewuste vonnis te voldoen'' niets anders is dan eene zoodanige sommatie, daar toch appellant voorzeker niet zal durven beweren, dat hij na al sedert 20 Augustus 1888 tot 13 October 1894 de gelegenheid te hebben gehad om rekening en verantwoording af te leggen, hiertoe aangemaand, zijnde den 13 October 1894, en tijd verkregen hebbende tot den 24 October 1894, geen billijken tijd voorliet verrichten der daad tot zijn beschikking heeft gehad;

dat hieruit volgt dat ook de 2e. grief van appellant is ongegrond;

O. wat aangaat appellants derde grief, dat de rechter a quo bij zijn waardeering van de daad te recht ook rente heeft berekend eerstens van 7 °/o, tegen welke rente appellant volgens de acte van boedelscheiding het geld heeft uitgezet en tweedens van renten op renten, aangezien appellant het aan zich zelf te wijten heeft dat hij geen rekening en verantwoording na 20 Augustus 1888 heeft gedaan en het geld onder zich heeft gehouden, zoodat ook de derde grief is ongegrond;

O. dat van een en ander het gevolg is, dat het vonnis a quo als wel en te recht gewezen, op de gronden daarin vermeld, behoort te worden bekrachtigd;

Gelet op artt. 355, 359 en 58 Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende in liooger beroep:

Eerst en vooraf:

Verklaart geappelleerde bevoegd om krachtens het van den rechter a quo verkregen verlof tot kostelooze procedure ook in appèl kosteloos te procedeeren.