is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem zou gezegd hebben, dat hij (Hirodikromo) bij (hem) ï'equirant opium kon verkrijgen, terwijl ieder van die feiten door den reehten a quo is ontleend aan de verklaring van een enkele getuige, zonder dat is vermeld, wat ieder dier getuigen heeft verklaard en zonder dat blijkt, dat elk dier getuigenissen door eenig ander bewijsmiddel is bevestigd, noch dat die getuigenissen door haren samenloop en haar verband strekken tot staving eener bepaalde daadzaak;

b. Schending dan wel verkeerde toepassing, behalve van de sub Ila. bedoelde artikelen, ook nog van de artikelen 303 en 338 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement, doordat de reehter a quo mede tot staving van bovenbedoeld desbewust bezit heeft gebezigd als wettig bewijsmiddel de omstandigheid, gebleken uit de verklaringen van getuigen Bekker, Kartodimedjo, Kariosoepono en Bok Kromoredjo, dat bij visitatie aan den lijve bij de medebeklaagde, die met requirant als (man en) vrouw leefde, de twee bankbiljetten van tien gulden, gemerkt V. U. 10512 en U. X. 04981 en door de opiumpolitie aan de getuige Bok Kromoredjo ter hand gesteld om van requirant opium te koopen, gevonden zijn, terwijl noch is vermeld, wat de getuigen hebben verklaard, dat feit ook niet aan requirant is ten laste gelegd, doch aan medebeklaagde, en eindelijk requirant door den rechter a quo is vrijgesproken van den verkoop van het bjj Bok Kromoredjo gevonden opium, zoodat er niet blijkt, ter zake van het door den rechter a quo als bewezen aangenomen desbewust bezit, dat die rechter dat bewijs door wettige bewijsmiddelen heeft verkregen, deels het gegrond heeft op onwettige bewijsmiddelen;

III. Schending dan wel verkeerde toepassing van artikel 174 juncto artikel 197 van het Keglement op de Strafvordering voor de Raden van Justitie en het Hoog-Gerechtshof van Nederlandsch-Indië enz. in verband met ariikel 284 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement juncto artikel 3 en 4 Staatsblad 1865 No. 84, door als wettig bewijsmiddel te admitteeren de resultaten der huiszoeking bjj requirant qq ter opsporing van