is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getrouwde vrouw geen andere woonplaats heeft dan die Van haar man, kan het gebeuren dat een man, ofschoon zijn vrouw elders verblijft, haar een dagvaarding om het huwelijk door echtscheiding te hooren ontbonden verklaren aan zijn eigen huis doet beteekenen, of wel, indien de vrouw nog met hem samenwoont, als huisgenoot zelf die voor haar bestemde dagvaarding in ontvangst neemt, zoodat in een en ander geval de vrouw van de dagvaarding onkundig blijft en verstek laat gaan ( 1 ). Daartegen wil het wetsvoorstel waken, te meer noodig, nu tevens voorgesteld wordt art. 84 in dien zin aan te vullen, dat in geval van echtscheiding het verstekvonnis gerekend wordt tcnuitvoergelegd te zijn (en dus kracht van gewijsde te hebben), indien negentig dagen na de beteekening en dertig dagen na de laatste aankondiging bedoeld in art. 826, 3o. verloopen zijn. Bleef de nu bestaande wijze van beteekenen gehandhaafd, dan zou het b(j verstek gewezen vonnis in kracht van gewijsde kunnen gaan buiten de vrouw om, zonder dat zij er kennis van kreeg. En nu moge de jurisprudentie echtscheiding bij onderlinge toestemming feitelijk toelaten (indien althans tegen liet middel, het zich laten aanleunen van overspel, niet opgezien wordt), niemand zal verlangen dat den man een middel aan de

neemt, dat op den algemeenen regel van art. 1903 en 19G2 Is. B. W. in zake van echtscheiding bij de wet geenerlei uitzondeiing is voorgeschreven (gelijk art. 810 N. B. Uv. ten aanzien van scheiding van goederen heeft gedaan), bepaaldelijk niet bij art. 203 N. B. W., omdat echtscheiding op grond van een erkend en derhalve als bewezen aangenomen overspel uitgesproken, toch altijd blijft berusten op een der gronden in art. 264 N. B. W. opgenoemd, en een samenspanning tusseken de eclitgenooten, waardoor een hunner, om het huwelijk ontbonden te krijgen, een werkelijk niet gepleegd overspel zou erkennen, wel mogelijk is, maar niet noodzakelijk uit het enkele feit der erkenning mag worden afgeleid.

(') Zie bijv. in Pal. v. Just. 1890 No. 4 het geval, dat een vrouw, in verzet komende tegen een bij verstek tegen haar uitgesproken echtscheiding, stelde dat zij de dagvaarding niet had gekregen en dientengevolge ten dienenden dage geen procureur voor haar was verschenen.