is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand gedaan wordt om zijn vrouw te verstooten, door haar, bij wege van scheidbrief, een in kracht van gewijsde gegaan verstekvonnis van echtscheiding ter hand te stellen, waarvan zij ten eenenmale onkundig is gebleven. Vandaar dat aan artikel G een nieuwe alinea wordt toegevoegd, bepalende: dat dagvaardingen en exploiten, ten verzoeke van den man aan de vrouw uitgebracht, gedaan worden aan de vrouw in persoon of aan haar werkelijk verblijf, en, wanneer dit verblijf is ter woonplaats van haren man, aan haar in persoon, of, Zoo de deurwaarder haar in persoon niet aantreft, aan het hoofd van plaatselijk bestuur overeenkomstig artikel 3. terwijl in dit geval het exploit (met weglating echter van het onderwerp, ten einde schandaal te vermijden) in een dagblad van de woonplaats des mans aangekondigd, en een afschrift van die aankondiging aangeplakt zal worden „aan de buitenzijde der hoofddeur van het door hen (de echtelieden) bewoonde huis". Tegen de overneming voor Indië van deze alinea bestaat geen enkel bezwaar. Aanplakking aan het woonhuis van gerechtelijke biljetten, kennen wij reeds uit art. 468 al. 2. Alleen kan men bij de meeste indischc huizen niet spreken van een „hoofddeur", en zal men voor de gebezigde uitdrukking in de plaats moeten stellen: „aan de buitenzijde der woning op een zichtbare plaats, nabij een der hoofdtoegangen tot het huis" dan wel „op een zichtbare plaats in de voorgalerij" of iets dergelijks.

Vergunning om in spoedeisclicnde zaken opeen korteren termijn dan den gewonen te dagvaarden, tot verkrijging waarvan thans een request ingediend en een bevelschrift van den president afgewacht moet worden (art. 10 6o. lid en art. 298), kan volgens het voorstel mondeling aan den president gevraagd worden; het verkregen verlof wordt dan aan het hoofd van het exploit gesteld. Vermijding dus van oponthoud en noodelooze onkosten.

De procureur des eischers doet de zaak op de rol inschrijven niet later dan daags voor den in de dagvaarding uitgedrukten rechtdag. Niet lat.er dan „twee" dagen, zegt ons artikel 23, waarschijnlijk in verband staande met het voorschrift van artikel