is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo goed als Europeaan, weet dat hij die gedagvaard is voor den raad van justitie, een procureur moet hebben. En in de zeldzame gevallen dat inlanders voor den raad van justitie gedagvaard zijn, voorziet het gewijzigd artikel 108 op uitstekende wijze door hun, indien zij zonder procureur in persoon verschijnen, een korten termijn te gunnen om alsnog procureur te stellen. Wij zouden dus voor Indië de schriftelijke procureurstelling willen behouden, die deze nuttige zijde heeft, dat door haar de procureur des eischers vooruit weten kan of er al dan niet verstek zal gaan ten einde zijn stukken daarnaar in te richten. Wel merkte de heer de Savornin Lohman snedig op, dat in het stelsel van het ontwerp, dat een gedaagde toestaat zich van het tegen hem verleend verstek te zuiveren, een schriftelijke procureurstelling niet past; immers wanneer zelfs een gedaagde, tegen wien verstek verleend is, zich nog met een procureur kan aandienen, is het onlogisch tot een gedaagde die op de zitting zelve, waarop verstek zou worden verleend, zich met een procureur aandient te zeggen dat dit niet mag, dat een schriftelijke procureurstelling had moeten voorafgegaan zijn, om dan tegen dusdanigen gedaagde verstek te verleenen, waarvan hij zich dan weder kan zuiveren door zich met een procureur aan te dienen. Maar de opmerking gaat van de vooronderstelling uit, hetgeen in Nederland meermalen schijnt voor te komen, dat een gedaagde persoonlijk op de dagvaarding verschijnt niet wetende dat liij een procureur moet stellen, wat in Indië echter niet voorkomt of waarin, voor zoover het zou kunnen voorkomen, door artikel 108 voorzien is, zoodat het voordeel van de schriftelijke procureurstelling hier te lande kan behouden bljjven. Neemt men evenwel met een beslissing van den raad van justitie tc Semarang (vermeld bij Mr. Winckel, formilierboek bl. 65) in navolging van van Boneval Faure (procesrecht le druk Dl. II bl. 397) aan, dat de dag op welken de gedaagde verschijnen moet in art. 107 bedoeld, aanvangt met het reclituur zoodat nog even voor den aanvang der terechtzitting de procureurstelling kan beteekend worden, dan mist