is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wettelijke verordeningen, reglementen en besluiten worden „gehandhaafd totdat zij door anderen zijn vervangen".

En dit laatste nu heeft ten opzichte van het reglement in Staatsblad 1836 No. 19 nog niet plaats gehad.

Het oud-hollandsch recht kende niet alleen aan beschreven wetten kracht van wet toe, maar ook aan oude herkomsten en gebruiken, die als gewoonterecht golden.

Artikel 624 B. W. spreekt dan ook van oude herkomsten en gewoonten.

Wanneer nu artikel 10 van het reglement van 1836 (Staatsblad No. 19) spreekt van gebruiken en erkende gewoonten van elk landgoed, naar welke de hoegrootheid der heffingen ten behoeve van den landeigenaar zich regelt, dan kan hier natuurlijk aan niets anders worden gedacht dan aan oude herkomsten, die sedert onheugelijke jaren als vast gebruik hadden gegolden en wat men onder den inlander „ adat " noemde.

Aangenomen al eens dat zulk een „adat" voor elk land had bestaan, dan had deze tijdens de uitvaardiging van Staatsblad 1836 No. 19 moeten zijn geconstateerd om er later beroep op te kunnen doen, althans zoude men het bewijs moeten kunnen leveren dat die adat of dat oud gewoonterecht op het oogenblik van de vaststelling van dat Staatsblad bestond.

Nimmer heeft men echter van zoodanige adat of oud gebruiksrecht gehoord en zoude, nu er bijna zestig jaren zijn verloopen sedert Staatsblad 1836 No. 19 werd in het leven geroepen, zonder dat er in eenig document of bewijsstuk van zoodanige adat iets blijkt, al had zich de hoegrootheid der heffing geregeld naar een voor elk land afzonderlijk bestaand gebruiksrecht, het bewijs daarvoor niet meer te leveren zijn.

Het is evenwel later gebleken dat de ontwerper van het reglement van 1836 te eenenmale onbekend was met de toestanden op de particuliere landerijen, voor zoover die niet