is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Frederik Charles Holle, zich ook noemende Charles Frederik Holle, gepensionneerd hoofdcommies bij het Departement van Binnenlandsch-Besluur, wonende te Batavia, eischeresse tot voeging en tusschenkomst, comp. bij den Adv. en Proc. Mr. A H. du Mosch.

HET HOOG-GEEECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIË,

Gehoord partijen; Gezien de stukken; Ten aanzien der daadzaken:

O. dat eisclier, na bij beschikking van dit Hof ddo. 16 Augustus 1894 toelating te hebben bekomen om kosteloos tegen gedaagde te proeedeeren bij het instellen eener vordering tot uitbetaling van pensioen, bij dagvaarding en dien overeenkomstig bij conclusie van eisch heeft gesteld, dat de eisclier, bij besluit van zijne Excellentie den Gouverneur Generaal van NederlandschIndië dedato twee Januari 1800 zes en tachtig, nummer tien, als hoofdcommies bij het Departement van Binnenlandsch-Bestuur, met ingang van den vijftienden dier maand, op verzoek eervol uit 's Lands dienst is ontslagen önder toekenning van recht op pensioen;

dat dat pensioen bij besluit van zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië van dertig Januari 1800 zes en tachtig, nummer vier, is bepaald op f 1620.— (een duizend zes honderd twintig gulden) 'sjaars, zijnde alzoo per maand f 135.— (één honderd vijf en dertig gulden);

dat echter de eischer de op en sedert den eersten November 1800 twee en negentig vervallen termjjnen van zijn pensioen niet heeft ontvangen, immers dit pensioen, na aftrek der verplichte contributiën, naar aanleiding van het deswege door de Weeskamer te Batavia, in hare hoedanigheid van curatrice in het faillissement van eischer gedaan verzoek aan haar is en wordt uitgekeerd en alzoo strekt voor en ten behoeve van des eischers gezamenlijke schuldeischers;