is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat nochtans liet pensioen is onvervreemdbaar, de titularis daarover op geenerlei wijze kan en mag beschikken, zelfs niet door verpanding of beleening, eene lastgeving om voor hem het pensioen te ontvangen ten alle tijde kan worden herroepen, arresten op pensioenen niet worden gedoogd, doch slechts kortingen daarop kunnen worden bevolen ter zake van schulden aan den Lande of aan particulieren;

dat derhalve in deze bepalingen duidelijk de bedoeling ligt opgesloten, dat de pensioenen niet aan anderen dan de belanghebbenden zeiven (hunne tijdelijke gemachtigden daaronder begrepen) kunnen worden uitgekeerd, zoodat elk verzoek tot uitkeering van een pensioen aan een derde, hetzij door den gepensioneerde zeiven gedaan, hetzij door dien derde, als niet gedaan moet worden beschouwd, althans voor geen inwilliging vatbaar mag worden verklaard;

dat alzoo het verzoek van de Weeskamer te Batavia in hare voorzegde hoedanigheid tot uitkeering aan haar van des eischers pensioen ten behoeve en ter verdeeling onder des eiscliers gezamenlijke schuldeisokers had behooren te zijn van de hand gewezen, en waar zulks in strijd met de uitdrukkelijke voorschriften der wet niet is gedaan, de gedaagde aan een tot de ontvangst onbevoegde heeft betaald, die gedane betalingen aldus zijn van onwaarde en mitsdien nog niet is betaald;

dat • niettegenstaande daartoe gedane gerechtelijke sommatie en bij vertoon en overlegging van eene behoorlijke attestatie de vita, de gedaagde weigerachtig is gebleven tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan den eischer te voldoen de op en sedert den eersten November 1800 twee en negentig vervallen termijnen van zijn pensioen, onder aftrek van zoodanige contributiën of kosten, als de gedaagde mocht kunnen aantoonen volgens de bestaande verordeningen daarop te kunnen inhouden;

dat de gedaagde alzoo ter zake van op en sedert den eersten November 1800 twee en negentig tot en met den eersten Juli 1800 vier en negentig vervallen pensioen, buiten rekening gelaten de wettelijke inhoudingen welke de gedaagde daarop kan doen