is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen rechten vertegenwoordigt ook den failliet vertegenwoordigt, de thans eischer geacht moet worden in het vroegere proces eveneens partij geweest te zijn;

O. dat mitsdien de voorgestelde exceptie van gewijsde zaak behoort te worden toegewezen;

Gelet op artikel 1919 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 58 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende:

Wijst de voorgestelde exceptie van gewijsde zaak toe.

Veroordeelt den eischer in de kosten van het proces.

Zitting van 7 November 1895. Voorzitter: als voren.

Aktt . 1365 en 511 No. 3 Burg. Wetb. - Artt . 755 en 799 Wetb . v. K. —

De vordering uit art. 1365 van het Burg. Wetb. is een roerende zaak.

Krachtens art. 755 in verband met art. 799 Wetb. v. Kooph. kan de failliet die vordering niet, maar moet de Weeskamer haar instellen, indien daartoe gronden zijn.

Peter Snijders, gegageerd korporaal kleermaker van het Leger in h ederlandsch-Indië, wonende te Batavia, eischer, eomp. eerst bij den Adv. en Proc. Mr. J. I.ee en daarna bij den Adv. en Proc. Mr. E. G. D. G. Wassink,

contra

de Regeering van Nederlandsch-Indië als vertegenwoordigende den Lande, gevestigd te Batavia, gedaagde, comp. eerst bij den Landsadv. en Proc. Mr. T. Henny en daarna bij den Landsadv. en Proc. Mr. J. Schoutendorp.