is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het aan te nemen, indien hij voor zich zeiven overtuigd is van de echtheid der handteekening en van de bevoegdheid van den ambtenaar, die het uittreksel afgegeven heeft.

De Raad van Justitie te Semarang (Eerste Kamer) heeft de navolgende beschikking genomen op het request waarvan de inhoud is als volgt:

Aan den Raad van Justitie te Semarang (Eerste Kamer); Geeft met verschuldigen eerbied te kennen Jacques Bunge, zonder beroep, wonende te Semarang;

dat blqkens hiernevens overgelegde schriftelijke verklaring van den ambtenaar van den Burgerlijken Stand die ambtenaar op de daarin ontwikkelde gronden rcquestrants voorgenomen huwelijk met Henriette, Maria, Wilhelmina van Emmerik weigert te voltrekken.

Ten aanzien van het eerste bezwaar van den ambtenaar vd heeft requestrant de eer aan te voeren:

Artikel 24 van het in Nederland vigeerende Burgerlijk Wet. boek (met welk artikel het artikel 25 van het Reglement op den Burgerlijken Stand in Nederlandsch-Indië in hoofdzaak overeenstemt) zegt onder meer: ,,Die uittreksels (id est „van de registers van den Burgerlijken Stand"), wanneer zij met de registers overeenstemmen en door den voorzitter van de Arrondissements Rechtbank enz. zijn gelegaliseerd, zullen geloof verdienen tot op het oogenblik enz."

Daaruit volgt nog niet dat als de uittreksels niet zjjn gelegaliseerd ze geen geloof zullen verdienen. Naar requestrants bescheiden meening heeft dat artikel slechts willen bepalen, dat de uittreksels, zoo zij door den voorzitter der Arrondissements Rechtbank zijn gelegaliseerd, geloof zullen (dus imperatief) verdienen tot enz., terwijl ze, als ze niet gelegaliseerd zijn, slechts „geloof zullen kunnen verdienen" tot op het oogenblik enz Nu hangt het dus geheel van den ambtenaar van den Burgerlijken Stand af of hij op gegronde redenen aan die uittreksels