is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien zich onbevoegd verklaarde om hein onder die omstandigheden in voorloopige hechtenis te doen stellen en te vervolgen;

dat eenc briefwisseling tusschen het Nederlandsche gezantschap te Tokio en het Departement van Buitenlandsche zaken te 's-Gravenhage inmiddels aan liet licht heeft gebracht, dat meergenoemde persoon inderdaad is Nederlandscli onderdaan;

dat, op grond daarvan, het consulaat onmiddellijk de Japansclie overheid heeft aangezocht om zich van verdere bemoeiing met de zaak te onthouden en den verdachte ter beschikking van het consulaat te stellen, zoodra het door de Nederlandsche Regeering toegezegde bewijs van Nederlandschap aldaar zoude zijn ontvangen;

dat P. J. Schouwenburg voornoemd heden door de Japansche overheid aan het consulaat der Nederlanden is overgeleverd: Gezien drie brieven van den Chief Procurator van den Chiho Saibansho (plaatselijke rechtbank) te Yokohama, ddo. 7 en 8 September 1892 en 1 April 1893, aan den waarnemenden consul gericht, liet verzoek inhoudende, dat ter zake van hoogergemelden moord rechtsingang worde verleend tegen Pieter Johannes Schouwenburg;

Gehoord de verklaringen door 1'. J. Schouwenburg bij zijn heden plaats gehad hebbend eerste verhoor afgelegd;

Gelet op de bepaling van artikel 94 der wet van 25 Juli 1871 (Stbl. No. 91), houdende regeling van de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot liet opmaken van acten, en van de consulaire rechtsmacht zooals die is gewijzigd en aangevuld bij de wetten van den 9en November 1875 (Stbl. No. 201) en van den 15en April 1886 (Stbl. No. 63);

Beveelt de voorloopige aanhouding van Pieter Jahannes Schouwenburg;

Yokohama , 4 April 1893.

De Minister-Resident voornoemd waarnemende het Consulaat (w.g.) D. v. BIJLAND, (l.s.)