is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

failliet van rechtswege de beschikking en het beheer over zijne goederen verloren heeft: dat de ontvankelijkheid van de vordering afhangt van de beslissing omtrent de hoofdzaak, omdat de ingestelde vordering, indien de geëischte twintig maanden verschenen pensioen behooren tot de baten van den faillieten boedel, niet-ontvankeljjk is, en zij in het tegenovergestelde geval is ontvankelijk en moet worden toegewezen;

O. dat de bewering dat de gevorderde verschenen termijnen van het pensioen over de maanden November 1892 tot en met den eersten Juli 1894 niet zouden behooren tot de baten des boedels en alzoo ook by faillissement aan geen anderen dan de belanghebbenden zelven kunnen worden uitgekeerd, daarop is gegrond, dat (zooals in de artikelen 17 en 19 van het Reglement op het verleenen van pensioenen aan burgerlijke ambtenaren in Nederlandseli Indië, opgenomen in Staatsblad 1881 No. 142, is bepaald) het pensioen is onvervreemdbaar, de titularis daarover op geenerlei wijze kan en mag beschikken, zelts niet door verpanding of beleening, eene lastgeving om voor hem het pensioen te ontvangen ten allen tijde kan worden herroepen, arresten op pensioenen niet worden gedoogd, doch slechts kortingen daarop kunnen worden bevolen ter zake van schulden aan den Lande of aan particulieren;

O. dat, zooals eischer te recht heeft beweerd, bij genoemd artikel 17 is bepaald, dat het pensioen — waaronder noodwendig te verstaan is het recht op pensioen — is onvervreemdbaar en daarbij alzoo den gepensionneerde de bevoegdheid is benomen zoodanige handelingen te verrichten, waardoor hy zijn recht aan een ander zou overdragen of wel daarop aan een ander een recht zou toekennen, waardoor het recht op pensioen zou worden beperkt;

dat met dat voorschrift niet in strijd is en daaruit mitsdien niet kan worden afgeleid, dat de termijnen die, terwijl de titularis in staat van faillissement verkeert, opvorderbaar worden, niet zouden behooren tot de baten van zijnen boedel, die volgens artikel 1131 van het Burgerlijk Wetboek voor zijne