is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbintenissen aansprakelijk zijn, wat alleen dan het geval zou zijn, indien de wet voor zoodanige inkomsten op dien algeineenen regel uitdrukkelijk uitzondering had gemaakt;

dat dan ook, wanneer de gepensionneerde tengevolge van het vonnis van faillietverklaring van rechtswege het beheer en de beschikking over zijne goederen verloren heeft en deze door de Weeskamer ten behoeve van de gezamenlijke sehuldeischers worden beheerd, bij artikel 792 van het Wetboek van koophandel is bepaald, dat dat college als curatrice alle inkomende gelden zonder onderscheid, waartoe alles wat bestanddeel van vermogen kan zijn en dus ook de verschenen pensioenstermijnen belmoren, op hare kwitantien ontvangt;

dat de onvervreemdbaarheid van het pensioen echter ten gevolge heeft dat het recht op pensioen, hetwelk anders als roerende zaak bij de vereffening des boedels door de Weeskamer zou moeten verkocht worden, voor den failliet behouden blijft, in zooverre hij namelijk na de opheffing van den faillissementstoestand daarvan weder het genot heeft;

dat in dit een en ander gecne verandering wordt gebracht door dat bij artikel 1 van de publicatie, opgenomen in Staatsblad 1853 No. 70, onder aanhaling van de in het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering voorkomende artikelen betreffende de gerechtelijke tenuitvoerlegging op roerende goederen en de middelen tot bewaring van zjjn recht, inzonderheid van die handelende over executoriaal beslag onder derden' en van het arrest onder derden, zoomede van de Nederlandsclie wet van 24 Januari 1815, voorkomende in bet Nederlandsch Staatsblad van dat jaar onder No. 5 bepaald is, dat geen beslag of arrest verleend wordt op gelden — onder meer — aan eenig persoon verschuldigd ter zake van pensioen, omdat, moge het faillissement al in karakter een algemeen beslag zijn van alle crediteuren op al de goederen van den debiteur, het dan toch in allen gevalle een geheel ander beslag is dan die, waarvan in de bovenvermelde wetsartikelen van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering de rede is;