is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slotzin van artikel 110 van dat Reglement op de Rechterlijke Organisatie zijn vervat, aan geenerhande voorziening onderhevig; O. dat alzoo in deze het beroep in cassatie niet-ontvankelijkis: Gelet behalve op de reeds aangehaalde wettelijke bepalingen nog op artikelen 352 s.q.q. van het zoogenaamd Inlandsch Reglement;

Rechtdoende:

Verklaart den requirant niet-ontvankelijk met het door hem ingesteld beroep in cassatie.

Veroordeelt het Land in de kosten.

Zitting van 19 December 189b. Voorzitter: als voren.

Gereserveerde proceskosten. - Kracht en bewijs van aanwijzingen. — al. of niet geoorloofde huiszoeking. — art. 4 van Stbi.ad 1865 No. 84.

Bij een arrest in cassatie — vernietigende een vonnis van een Hand van Justitie met last om op nieuw recht te doen — bevolen zijnde dat de kosten in cassatie gevallen zullen worden begrepen onder die, waarop bij de einduitspraak zal worden beslist, dan behoeft die Raad van Justitie, op nieuw recht doende, niet nogmaals eene beslissing omtrent die kosten te nemen, maar kan hij volstaan met eene beslissing omtrent de kosten in eersten aanleg en hooger beroep) ten aanzien van den requirant gevallen.

De vraag welke bewijskracht aanwijzingen opleveren is van feitelijken aard en daarom aan liet oordeel van den cassatierechter onttrokken.

Eene slechts door één getuige bevestigde omstandigheid kan het wettig bewijs leveren van eene aanwijzing.

De wet schrijft nergens voor dat de rechter tot een punt van beraadslaging moet maken de vraag of een bij den beklaagde ingestelde huiszoeking, waarvan de resultaten door dien rechter