is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezien de door den Griffier van den Raad van Justitie te Semarang opgemaakte acte waaruit blijkt, dat de veroordeelde E. A. Vogel op 24 September 1895 cassatie van voormeld in hooger beroep gewezen vonnis heeft aangeteekend, voor zooveel betreft de schuldig verklaring aan het ongeoorloofde bezit van ruwe opium en veroordeeling deswege tot straf en in de kosten van het geding, ten zijnen aanzien in beide instantiën gevallen;

Nog gezien de door den Advocaat en Procureur Mr. L. J. P. J. Jeekel namens den requirant van cassatie opgemaakte memorie, blijkens daarop door den Griffie) - van voornoemden Raad van Justitie gestelde aanteekening op 2 Oetober 1895 ter Griffie van den Raad ontvangen:

Gelezen de door den Procureur-Generaal bij dit Hof ingediende conclusie, gedagteekend 23 Oetober 1895. strekkende tot verwerping van het ingestelde beroep, met veroordeeling van den requirant in de kosten:

Gehoord het rapport van den Raadsheer Mr. W. J. Essers;

Gezien de stukken;

O. dat binnen den bij de wet gestelden termijn cassatie is aangeteekend en de memorie van cassatie ook tempore utili ter griffie van het rechterlijk college, hetwelk het vonnis heeft gewezen, is ingediend;

0. dat namens den requirant van cassatie drie middelen zijn voorgesteld;

1. Schending dan wel verkeerde toepassing van artikelen 352, 353 van het Reglement op de uitoefening der policie, de burgerlijke rechtspleging en de strafvordering onder de Inlanders en de daarmede gelijkgestelde personen op Java en Madura (Staatsblad 4848 No. 16 en vlg) 223 en 326 juncto artikelen 197, 194, 183 en 174, 6o. van het Reglement op de Strafvordering voor de Raden van Justitie op Java en het Hoog-Gerechtshof van Nederlandscli-Indië (Staatsblad 1847 No. 40 en volgende) en artikel 173 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie en het beleid der Justitie in NederlandschIndië (Staatsblad 1847 No. 23 enz.) doordat de rechter a quo