is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van verwijzing in wetenschap te stellen" en met aanzegging om. op den bepaalden dag ter terechtzitting te verschijnen, hebbende verder de Djaksa bij genoemden Landraad, naar aanleiding dier presidiale beschikking, zijne acte van beschuldiging opgemaakt en ter terechtzitting voorgedragen;

O. dat alzoo de Landraad de zaak heeft behandeld en afgedaan, zonder dat deze behoorlijk' naar de terechtzitting is verwezen en wel op de wijze voorgeschreven bij artikel 240a en volgenden van het zoogenaamd Jnlandseh Reglement;

O. dat voor die ontbrekende verwijzing niet in de plaats kan treden de liooger vermelde beschikking van den Raad van Justitie ddo. 3 Augustus 1895, waarbij onder anderen de zaak door die rechtbank naar den bevoegden rechter, zijnde de Landraad te Bekasi, is verwezen;

dat toch deze verwijzing slechts moet beschouwd worden als eene bloote aanwijzing van den rechter, die bevoegd wordt geacht om van de zaak kennis te nemen, mitsdien daaraan niet de kracht kan worden toegekend van eene terechtstelling waardoor die rechter verplicht wordt van de zaak kennis te nemen, met andere woorden daarvan gesaisisseerd wordt;

dat zoodanige terechtstelling in de onderwerpelijke zaak alleen kan geschieden door eene verwijzing naar de terechtzitting door den President van den Landraad op de wijze voorgeschreven bij de artikelen 240a en volgenden van het Reglement op de uitoefening der politie enz. op Java en Madura, welke alsdan de basis uitmaakt van het strafgeding;

dat hieraan niet obsteert het bepaalde bij de tweede alinea van het evenaangehaalde artikel 240a, volgens hetwelk de President ter verwijzing naar de terechtzitting den inhoud der hem ingevolge artikel 82 eodem toegezonden stukken onmiddellijk na de ontvangst nauwkeurig in overweging neemt, waaruit zou kunnen worden opgemaakt, dat de verwijzing en de ten aanzien van deze materie geldende voorschriften alleen van toepassing zouden zjjn op zoodanige strafzaken, welker stukken door den Resident aan den Voorzitter van den Landraad worden gezonden;