is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enz. in verband mftt artikel 403 van Staatsblad 1882 No. 22, door bet aan den gerequireerde voornoemd ten laste gelegde feit als wettig en overtuigend bewezen aannemende, in stede van hem te dier zake schuldig te verklaren aan eene overtreding van artikel 37 van Staatsblad 1849 No. 25 en hem deswege tot de bij artikel 28 eodem daartegen bedreigde strafte veroordeelen, te verklaren dat dit feit noch misdrijf noch overtreding oplevert en den gerequireerde ter zake van alle rechtsvervolging te ontslaan;

O. dat de requirant vermeent dat de Raad van Justitie genoemde artikelen gesehonden dan wel verkeerd heeft toegepast, door te beslissen dat de ambtenaar van den Burgerlijken Stand die eene acte van geboorte opmaakt, waarvan hem aangifte wordt gedaan na het verstrijken der termijnen bij artikel 37 voornoemd aangegeven, daardoor niet in overtreding zou zijn van dat artikel jeto. artikel 28 voornoemd;

O. te dien aanzien, dat de Raad van Justitie te recht heeft aangenomen dat er geene wettelijke bepalingen bestaan, die den ambtenaar van den Burgerlijken Stand uitdrukkelijk verbieden van eene na het verstrijken der in artikel 37 aangegeven termijnen gedane aangifte van geboorte eene acte op te maken;

O. dat die Raad mede te recht heeft beslist, dat de bepalingvan artikel 37 van zelf niet insluit dat eene latere aangifte niet meer mag worden aangenomen, immers het verband tussclien het voorschrift, dat de ambtenaar van den Burgerlijken Stand dadelijk na de aangifte eene acte daarvan moet opmaken en de verplichting van den aangever om de aangifte binnen zekere termijnen te doen, wèl zou medebrengen dat bedoelde ambtenaar in overtreding zou zijn, indien hij van eene hem binnen de gestelde termijnen gedane aangifte niet dadelijk, doch eerst eenige dagen later, eene acte opmaakte, doch geenszins er toe kan leiden om aan te nemen,dat die ambtenaar niet bevoegd zou zjjn eene acte op te maken van eene hem te laat gedane aangifte, een geval dat in dit artikel ten eenenmale niet voorzien is en zulks toch doende in overtreding zou zijn;