is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„regelen, dat in de overeenkomsten, onder anderen, de volgende „voorzorgen worden uitgedrukt:

„a. Eene bepaalde som, die betaald zal worden voor bepaalde „uitgestrektheid te bebouwen grond, of voor bepaalde hoeveelheden te leveren voortbrengselen en andere benoodigdlieden.

„b. Een bepaald loon voor eiken werkman voor een vast„gestelden werktijd, en dat waar zulks nuttig geacht kan worden, „eene regelmatige voeding aan de werklieden, afgescheiden „van het geldelijk loon, verzekerd worde, zoo ook, desnoodig „voor hen in geschikte verblijfplaatsen worde voorzien.

„c. Dat het te bepalen getal werkdagen, in eene behoorlijke „evenredigheid sta tot de sterkte der bevolking der dessa's en in „verband met de behoefte om derzelver sawa-velden te kunnen „bearbeiden en aan andere verpligtingen te kunnen voldoen.

,,d. Eene geregelde bepaling van tijd, plaats en tijdstippen, „voor elke soort van levering of van te verleenen diensten.

,,e. Cnder welk opzigt en welke soort van opzieners de werk.,zaamhedc7i zullen moeten geschieden , daarbij oplettende, dat de „werklieden daaronder enkel zullen kunnen gesteld worden, „voor zooveel den bij overeenkomst aangenomen arbeid aangaat, „doch dat zij voor alle gewone en dagelijksche zaken van politie, „aan de bevélen van hunne eigenaardige hoofden onderworpen „blijven.

„Art. 3. Geene overeenkomsten of kontrakten, van welken „aard ook, tusschen Javanen en andere, geene Javanen zijnde, „noch tusschen Javanen en hunne Regenten of Hoofden aan,,gegaan, zullen mogen bestaan, veel minder als bestaanbaar in „regten worden beschouwd, voor dat dezelve bij den Resident „ter plaatse alwaar de overeenkomsten moeten werken, behoorlijk „zullen zijn geregistreerd.

„Art. 4. De Residenten zullen geene overeenkomsten ver„mogen te registreeren, dan na zich behoorlijk verzekerd te „hebben van de identiteit der personen, die als kontraktanten „daarbij voorkomen, en van de volkomen toestemming der „wederzijdsohe partijen, die te dien einde persoonlijk voor hen