is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat bij dit artikel 10 de termijn van dagvaarding in het belang van den gedaagde is geregeld naar gelang van zijne woonplaats, zoodat met het oog op artikel 539 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering, dat den termijn voor het appèl, die vastgesteld is in het belang van den beteokende, doet ingaan met de beteekening van het vonnis, in verband met de uitdrukkingen „termijn van beroep" en „maatstaf" in artikel 22f> sub 12 van het Sumatra Reglement, moet aangenomen worden dat hier in artikel 10 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering voor „gedaagde" moet gelezen worden „beteekende" = appellante;

dat nu waar de beteekende, de thans appellante, woont te Benkoelen, op grond van artikel 10 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering, zooals het ingevolge artikel 226 sub lo van het Reglement voor Sumatra's Westkust gelezen wordt, in verband met artikel 3 sub 1 van de Ordonnantie in Staatsblad 1880 No. 33, de termijn voor appellante, om van het door haar bestreden vonnis in appèl te komen, was van één maand;

dat het vonnis aan de appellante is beteekend op 22 Januari 1894 en zij eerst op 4 April daaraanvolgende, nlzoo na 72 dagen na de beteekening, bij dagvaarding daartegen in hooger beroep gekomen is, zoodat dit beroep op grond van artikel 539 Van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering niet-ontvankelijk is;

O. dat door de appellante nog is beweerd dat in casu, waar de eene partij binnen en de andere buiten het gebied van den Raad van Justitie te Padang woonachtig is en de derde partij geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, de maatstaf van artikel 10 is een door den rechter vastgestelde termijn, zoodat om te kunnen beweren, dat het appèl te laat is ingesteld, moet aangetoond worden, dat door den rechter voor liet hooger beroep een termijn is vastgesteld, welke verstreken is; dat echter van eene vaststelling van zoodanigen termijn niet blijkt, zoodat het appèl in ieder geval tijdig is geschied;