is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen gaf zij zeer in het algemeen aan. hoe de verdeeling geschieden moet. Zij stelde de familie oudsten aansprakkelyk voor een eerlijke verdeeling. De latere wetgever heeft echter dit al te sobere voorschrift niet meer voldoende geacht. Vermoedelijk was het, voornamelijk in gevallen dat na den dood van een paterfamilias verdeeling had plaats gegrepen, al te dikwerf voorgekomen, dat tegen het voorschrift 0111 eerlijk te deelen gezondigd was geworden. Vandaar de onder de Lu geplaatste Li, die aangeeft wat de wetgever onder eerlijk verdeden verstaat. Het artikel kan ons dus leeren wie bjj het overlijden van een paterfamilias, gesteld dat tot aanhouding van de gemeenschap bijv. door het vooroverlijden van de moeder geen aanleiding meer bestaat, tot zijn nalatenschap gerechtigd zijn. Waar wij thans tot de verklaring van dit artikel overgaan boude de lezer ons enkele uitweidingen, die wij ons hier en daar veroorloven zullen, ten goede. Wellicht kunnen zij strekken om in het algemeen de zaak beter te begrijpen. De beantwoording der vraag aan het hoofd van dit opstel geplaatst, geschiedt dus niet direct, maar wordt een weinig verschoven. Het artikel bestaat uit twee leden. Het eerste is verreweg het belangrijkste. Het onderstelt het geval dat er een of meer mannelijke descendenten zijn, hetzij deze zijn geboren uit de hoofdvrouw, uit eene bijvrouw, uit eene tot het huis behoorende slavin, hetzij de descendent een aangenomen zoon is of zelfs een zoon uit onwettigen omgang geboren. Het tweede lid onderstelt het geval dat zoodanige mannelijke descendent niet aanwezig is. De familietak door den overleden paterfamilias vertegenwoordigd, is dan uitgestorven. E11 begeeft zich de wet in het eerste lid in détails, in het tweede lid doet zij dit niet, blijkbaar omdat zij het geval dat een man geen mannelijken nakoming achterlaat, als een uitzondering beschouwt. I11 dusdanig geval — zegt het artikel — vervalt de nalatenschap aan de „ncarest female relations" gelijk Jamieson ruim vertaalt, aan de „dochters" gelijk Young meer beperkt vertaalt, en bij gemis ook van deze aan den Staat. Dit tweede lid is blijkbaar