is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dit begrip van „in huis geboren te zijn'' als criterium der wettigheid, dient cum grano salis te worden opgevat. Immers heeft een man een hoofdvrouw en een concubine tusschen wie oneenigheid bestaat tot conflicten aanleiding gevende, dan zal hij er wel toe overgaan om aan de laatstgenoemde een verblijf buitenshuis aan te wijzen. Evenwel, zij is daarom niet minder aan de agnatische verwanten van den man als diens bijvrouw bekend, haar apart verblijf kan als een dépendance van het huis des mans worden aangemerkt. De uit haar geboren kinderen, zijn niet minder in het openlijk bezit van staat van kind van den vader. Die kinderen hebben evenzeer het vermoeden voor zich dat zij, als staande de betrekking tusschen man en bijvrouw geboren, den man der bijvrouw tot vader hebben. Zoo komt men tot de voorstelling dat in het algemeen een onwettige verhouding is een clandestiene verhouding, de betrekking tot een vrouw, waarmede de man tegenover zijn agnatische verwanten niet voor den dag komt. Denk aan een liaison bijv. met een meisje dat de man, 0111 welke reden dan ook. niet in zijn huis wil opnemen als hoofd of bijvrouw; met een gehuwde vrouw, wier man afwezig is; met de slavin van een ander. De uit dien omgang geboren kinderen zullen dan onwettige zijn. Erkent de man door woorden of daden het kind als het zijne, de zaak zal geen moeilijkheden opleveren. Aangenomen ten minste (hetgeen ons artikel schijnt te bevestigen), dat erkenning van een onwettig kind mogelijk is, zonder tevens de moeder als hoofd of bijvrouw in huis op te nemen, daar in de laatste gevallen het kind gewettigd zou worden, en dus, zoo het een zoon is, onder de eerste zinsnede van ons artikel zou vallen. Maar kan de vader ook gedwongen worden om het vaderschap op zich te nemen? Uit hetgeen wij bij de ons ten dienste staande schrijvers dienaangaande vinden, valt slechts te eonstateeren dat er groot verschil van meening bestaat. Von Möllendorff (t. a. p. bl. 170) schrijft: ,.Illcgitimate children whose father is known but who are not made legitimate per subsequens matrimonium (cl. w. z. wier moeder niet als hoofd-