is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij elkander, dan komt (in een normaal geval) vooral uit dat hij de opvolger van den vader is, in menig opzicht in diens voetstappen treedt. De verbonden broeders vormen te zamen een eenheid, gerepresenteerd door den oudsten zoon der hoofdvrouw. Deze oefent de controle over zijn jongere broeders uit en bestuurt het gemeenschappelijk vermogen. Maar ook wanneer de broeders uit elkander gaan, en zoodoende de lijn des vaders in verscliilllende zijrichtingen vervolgen, blijft hij de hoofdlijn vormen. In hem consolideert zich als 't ware de voortzetting der familie, en voor alles moet gewaakt worden dat zijn lijn niet uitsterve. Zoo hij geen zoons heeft, moet daarom een jongere broeder hem diens zoon in adoptie afstaan, ook al zou deze de eenige zoon zijn. Op hem gaan de erfelijke titels van den vader over. De zieletabletten, welke de overleden vader in bewaring had, worden door hein overgenomen. De ongehuwde zusters blijven onder zijn hoede. En zoodra de broeders

niet meer in patria potestate was) inneemt, wordt hier te lande miskend. Om den rechtstoestand ook der weduwe moeder te kenschetsen, wordt hier gewoonlijk een beroep gedaan op de uitspraak van het oude Boek der Zeden (Li Ki), luidende: „de vrouw is, ongehuwd van haar vader of ouderen broeder, gehuwd van haar echtgenoot, weduwe geworden van haar zoon afhankelijk". Deze uitspraak wordt dan opgevat als ware zij een rechtsvoorschrift; de Japansche professor Hiroyuki Katö (Der Earnpf üms Hecht des Starkeren tind seine Entwickelung. 1894, bl. 116) zegt dat zij heden ten dage in China nog geldt, maar als „wicktiges Moralgesetz". hetgeen geheel iets anders is. Erkend moet worden dat reeds in 1877 deheerGroeneveldt de voorstelling als zou de Chineesehe vrouw een rechteloos wezen zijn, als eenzijdig, overdreven en daardoor onjuist heeft gebrandmerkt (W. No. 776). De onjuiste opvatting is merkbaar in het feit dat, zoo de overleden vader geen voogd bij testament benoemd heefc, de boedelkamers den oudsten meerderjarigen zoon plegen te erkennen als van rechtswege voogd over zijne minderjarige broeders, met uitsluiting van de moeder. In denzelfden zin bestaat een constante jurisprudentie, zie o. a. de vonnissen van den R. v. J. te Batavia in W. Nos. 426 en 847, alsmede een arrest van het hooggerechtshof in dl XXXIV van dit Tijdschrift bl. '32 vlg. waarbij werd aangei omen dat „volgens de in China geldende instellingen en gebruiken" de