is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Javaansche maand Selo van het jaar 1894 der christelijke tijdrekening, uit de woning van zijn broeder Kromokario, gelegen in het gehucht Tjaroeban, dessa Gembong, afdeeling Patjitan, arglistig heeft weggenomen twee door verdachte's vader nagelaten en nog niet onder diens erfgenamen verdeelde krissen, ter gezamenlijke waarde van /' 7.— (zeven gulden), nadat hij zich den toegang in die woning had verschaft door een gat te graven onder 't zuidelijke deel van den bamboezen huiswand;

O. dat volgens het Moliamedaansctr erfrecht de kinderen met de echtgenooten en de ouders nimmer van de erfenis zijn uitgesloten en dat dus in casu de verdachte een onverdeeld aandeel had op bedoelde twee krissen;

O. dat nog uit die stukken blijkt, dat de verdachte in die erfenis opkomt o. a. met zijne stiefmoeder — en deze dus mede een (door verdachte's bovengenoemde handeling weggenomen) onverdeeld aandeel had op bedoelde 2 krissen, — doch deze omstandigheid geen beletsel kan zijn voor de strafrechtelijke vervolging, dewijl tusschen stiefzoon en stiefmoeder geen band van bloedverwantschap bestaat en dus art. 298 van het Strafwetboek voor Inlanders, dat zooals uit zijn redactie duidelijk blijkt, voor de straffeloosheid van diefstallen tusschen verwanten in open neergaande lijnen die band vordert (*), niet van toepassing is;

O. dat een der elementen van den diefstal is, dat arglistig zij weggenomen „eene den dief niet toebehoorende zaak"; dat dit geval zich bij den verdachte niet voordoet, daar hij ten tijde van de wegneming een recht had op bedoelde krissen:

dat dus een der elementen voor de strafbaarheid van verdachte's handeling ontbreekt;

O. dat er mitsdien geen genoegzame redenen bestaart tot verdere vervolging van Kasan Roepingi vd.;

(') Art. 298 Strafw. v. Inl. spreekt van bloedverwanten en aangehuwdeu in dezelfde graden. Stiefmoeder en stiefzoon zijn ongetwijfeld aangehuwden in denzelfden graad als een der in dat artikel genoemde bloedverwanten (zie ook Léon, ad art. 380 C. P. No. 6).

Red.