is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 194 Strafv. — Het hooren van getuigen, die den rechter niet bij den aanvang der terechtzitting als zoodanig . zijn opgegeven. — Beoordeeling der waarde van getuigenissen.

Nergens is aan den rechter de verplichting opgelegd om personen, die hem niet bij don aanvang der terechtzitting als getuigen zijn opgegeven, als zoodanig te hooren. Die verplichting vloeit voor den rechter in appèl niet voort uit art. 194 Regl. Strafv., zoodat die rechter zich niet aan overschrijding van rechtsmacht heeft schuldig gemaakt, door personen, die door den verdediger eerst zijn opgegeven aan het einde van het getuigenverhoor, niet te hooren.

De vraag of de rechter, bij de beoordeeling der waarde van de getuigenissen, aan de voorschriften van de artt. 378 Strafv. en 292 Inl. Regl. heeft voldaan, is eene quaestio facti, die aan de beoordeeling van den rechter in cassatie is onttrokken . . . 302

Stblad 1828 No. 58 en 1830 No. 11. — Winkeliers. — Platteland.

Stbl. 1830 No. 11 bevat eene alteratie en ampliatie van de artikelen 8* en 14 van Stbl. 1828 No. 58§ b van het eerstgenoemde Stbl. houdt een verbod in aan winkeliers, handelaars en landeigenaars om in hunne winkels of woningen op het platteland crepé-kruit te bewaren, terwijl de slotwoorden dier paragraaf op overtreding van die verbodsbepaling straf bedreigen.

Het aangehaald verbod moet zoo worden uitgelegd, dat het geldt voor winkeliers en handelaars in hunne winkels, waar ook, voor landeigenaars ten aanzien van hunne woningen op het platteland.

Onder de uitdrukking „winkelier" in Stbl. 1830 No. 11 dient mede te worden verstaan hij, die als bestuurder van een winkel moet worden aangemerkt en als zoodanig moet geacht worden met al hetgeen zich daarin bevindt te zijn bekend .... 307

(Tweej&e Kaheb).

HOOGER BEROEP.

Art. 336 Strafw. Europ. en art. 4 No. 9 Politie-regl. Eur. — Huis of openbare plaats.

Een minstens aan de voorzijde, waar langs de openbare weg loopt, open en bloot erf, alzoo voor een ieder zichtbaar en toegankelijk, is in den zin der wet niet een huis, maar een openbare plaats. Het houden van hazardspel en het toelaten van het publiek op zulk een erf, zonder daartoe gerechtigd te zijn, valt niet onder art. 336 Strafw. voor Europeanen, maar is strafbaar volgens art. 4 No. ü van het Politie-strafreglement voor Europ. 311