is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

titie, rechtsprekende in een jurisdictie-geschil tusschen mindere rechterlijke autoriteiten binnen zijn ressort.

Krachtens art. 127 snb lo. jo. 171 van de Recht. Org. nemen de Raden van Justitie, behoudens het beroep in cassatie, in het hoogste ressort kennis van alle jurisdictie-geschillen tusschen mindere rechterlijke autoriteiten binnen hun ressort. Is derhalve een vonnis van een Raad van Justitie, waarbij, in een competentie-geschil tusschen een President van den Landraad en een politie-rechter, de Landraad is aangewezen om van de in geschil zijnde zaak kennis te nemen, in kracht van gewijsde gegaan, dan is de Landraad verplicht de zaak ten principale af te doen, zonder in eene verdere beoordeeling te mogen treden omtrent zijne competentie 114

Artt. 304, 246, 240 litter e al. 3 en 284 Inl. Regl. — Vrijspraak van het ten laste gelegde.

Uit het verband der artt. 304, 246. 240e al. 3 en 284 I d I . Regl. blijkt, dat vrijspraak van een beklaagde alleen moet plaats hebben, zoowel wanneer het bewijs van een of meer der ten laste gelegde, de elementen van eenig misdrijf of overtreding daarstellende feiten ontbreekt, als wanneer de rechter, ook dan indien die feiten door wettige bewijsmiddelen mochten zijn gestaafd, de overtuiging van beklaagde's schuld daaraan niet heeft verkregen 317

Art. 30 R. O. en 312, 2e. Inl. Regl. — Motiveering van vonnissen.

Volgens art. 30 R. O. moeten de vonnissen in strafzaken inhouden de gronden waarop zij berusten, terwijl art. 312, 2e. van het Inl. Regl. in overeenstemming daarmede evenzoo gebiedend voorschrijft, dat het vonnis van den Landraad de redenen zal vermelden, welke tot de veroordeeling hebben geleid.

Een vonnis waarbij de schuldigverklaring van den beklaagde aan het hem ten laste gelegde slechts gegrond is op de overweging: „dat de volledige bekentenis van den beklaagde, dat hij „zich aan de hem ten laste gelegde daad heeft schuldig gemaakt, „vergezeld van eene bepaalde en nauwkeurige opgave van om„standigheden, bevestigd door de verklaringen van de getuigen „A. B. C. en van den getuige en deskundige D. het wettig en „overtuigend bewijs heeft opgeleverd enz." kan niet geacht worden aan de hierboven vermelde door de wet gestelde eischen te voldoen, omdat zoodanig vonnis niet inhoudt de gronden of redenen waarop de rechter de veroordeeling doet steunen, doch alleen