is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landraad te segérië.

Geloof aan booze geesten. — Verzachtende omstandigheid.

Met algemeen volksgeloof aan bcoze geesten bij den Inlander eenmaal aangenomen zijnde, moet men de bekentenis van den beklaagde aannemen, dat bij een zekeren Inlander moedwillig heeft gedood, omdat deze een soewangi was.

Zulk een bijgeloof mag niet leiden tot straffeloosheid, maar wel tot het aannemen van verzachtende omstandigheden .... 382 LANDRAAD TE SAPAROEA.

Preventieve hechtenis. — Dolus.

In het feit dat de beklaagde zich reeds eenigen tijd in preventieve hechtenis bevindt en dat hij bij veroordeeling nog vijf maanden daaraan zou zien toegevoegd, voor en aleer de executie der straf zou kunnen plaats hebben, kan de rechter termen vinden om bij dien beklaagde den dolus niet aanwezig te achten bij het plegen van de daad, waarvoor hij is in hechtenis gesteld . 386

MILITAIRE RECHTSPRAAK.

HOOG-M1LITA1R-GERECHTSHOF VAN NEDERLAN DSCH-1NDIË.

SENTENTIEN.

Artt. 86 jo. 107 vgl. Rechtspl. landm. — Verzuim van het bezigen van een tolk bij het verhoor door Off.-Comm. van een beschuldigde, die de Ilollandsche taal niet mocht verstaan.

Het verhoor door Officieren-Commissarissen van een beschuldigde, die de Hollandsche taal niet verstaat, zonder daarbij een tolk te bezigen, moet geacht worden onwettig gehouden te zijn.

Een vonnis op zoodanig onwettig en daardoor waardeloos verhoor gebaseerd is nietig 328

Feitelijke insubordinatie.

Voor het misdrijf van feitelijke insubordinatie wordt vereischt de bepaalde wil om het geweld, dat men oefent, tegen een meerdere in rang te plegen.

Wanneer een korporaal zich bij zijne arrestatie door een patrouille tegen den patrouille-commandant, een sergeant, en diens manschappen met een mes verweert, met het gevolg dat die sergeant en één der manschappen verwondingen bekomen, dan blijkt daaruit nog niet, dat de beklaagde bepaaldelijk den wil heeft gehad tegen den sergeant eene daad van geweld te plegen. Het verwonden van den meerdere in rang is in dat geval een toevallig feit, hetwelk geen feitelijke insubordinatie daarstelt . 388

II.