is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar één rechthebbende zijn, de huurder die houder is van een geregistreerde acte. Op den datum in de acte vermeld waarop de huur ingaat, treft de huurder een ander op het gehuurde aan die reeds sedert eenigen tijd bezig is met zijn werkvolk den grond te bewerken. De politie, door den houder van de geregistreerde acte ter hulp geroepen, zal thans de gevraagde hulp niet kunnen weigeren. Zegt diegene, die reeds bezig was den grond te bewerken: „mij is de grond geleverd, ik ben bezitter daarvan", ons artikel, al is het ook in strijd met de waarheid, doet zijn bewering te niet. Want de wet fingeert dat de houder van de geregistreerde acte in het bezit van den grond getreden is, nadat hem die door den verhuurder was geleverd. Zegt de bewerker van den grond: „ik heb den grond van den rechthebbende gehuurd en den huurprijs reeds betaald'', het kan hem niet baten. Want volgens de ordonnantie is zijn overeenkomst nietig, omdat zij niet door registratie is bekrachtigd. Stel dat de Inlandsche verhuurder opkomt en zegt: „ik heb mij bedacht, ik wil mijn grond niet aan den houder van de geregistreerde acte leveren, laat hij doen wat hij wil, maar ik heb mijn grond aan dien andere verhuurd en reeds geleverd". Op grond van ons artikel, in verband met artikel 6, wordt hem geantwoord (stellig tot zijn verbazing): „vriend, gij vergist u. gij wordt gerekend reeds aan den houder der geregistreerde acte geleverd te hebben, uw overeenkomst met dien andere bestaat rechtens niet". Ons artikel maakt de tusschenkomst des rechters onnoodig. Wat anders zou de rechter kunnen beslissen, dan dat de houder van de geregistreerde acte geacht wordt in het bezit van den grond te zijn en dat ook niemand anders dan hij recht heeft tot het genot van den grond? Een rechterlijk vonnis tot ontruiming is overbodig. Ons artikel plaatst den houder der acte reeds in den toestand, alsof hij een rechterlijk vonnis tot ontruiming in handen heeft. Elk ander en zelfs de verhuurder, die feitelijkheden ten aanzien van den geliuurden grond pleegt, kan niet anders aangemerkt worden dan als een usurpateur. De inhoud van het artikel komt dus hierop neer