is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit koppigheid, of' door misbruik van het recht van den sterkste?

Neen, volstrekt niet. Maar omdat de ondervinding heeft geleerd, dat het bewijs van het bestaan van die voorwaarde onmisbaar is, om eenigszins waarschijnlijkheid te bekomen, dat de aan een der bedoelde misdrijven bewezen verklaarde schuldige ook de vader van het daarbij verwekte kind is Kan dat niet bewezen worden, dan kunnen de processen tot het onderzoek van het vaderschap onmogelijk leiden tot het bewijs daarvan, en geeft men, door dat onderzoek desniettemin toe te laten, slechts aanleiding tot speculatieve processen van karakterlooze en op de beurs van ter goeder naam en faam staande personen en gezinnen, maar noch het kind noch de moeder zullen erdoor gebaat worden. (')

De wetgever was dan ook van de waarheid van het vorenstaande zoo zeer doordrongen, dat hij bij die tweede alinea zelfs, al wordt de daarin gestelde voorwaarde bewezen, door de uitdrukking „kan de schuldige enz." den rechter nog volkomen omtrent zijne overtuiging heeft willen vrijlaten omdat, ook al stemt het tijdstip, waarop het misdrijf begaan is, met dat der zwangerschap overeen, nog de mogelijkheid bestaat, dat de strafrechterlijk schuldige bewijst, dat hij de vader van het kind niet is. En nu nogmaals, a propos van de kwestie

(') Op deze gecursiveerde woorden komt het aan. Aangenomen dat, zooals beweerd wordt, de geschiedenis leert, dat in de tijden, landen of streken, waarin het onderzoek naar het vaderschap geheel onbeperkt toegelaten is of werd, men geen noemenswaardigen last van chantage had , dan Kan toch niet de mogelijkheid daarvan worden ontkend, (de meergenoemde heeren Prins en ltogge geven trouwens de kansen op die chantage t. a p. toe, ook al maken zij zich overigens daarvan af met de stelling, dat naar hunne meening die kansen overdreven worden voorgesteld) en waarom zal de wetgever dan daartoe nu de deur openzetten? Want, en daarop kan ik niet genoeg wijzen, die chantage, en niets anders, zal doel en effect zijn van processen over het onderzoek naar het vaderschap, waarvan niet a priori minstens de waarschijnlijkheid vaststaat En is dat nu in het belang van de openbare orde en de goede zeden?