is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het bewijs, een woord over het tegenwoordig en in de beide adressen dan ook weer zoo gaarne aangedrongen topie, „dat de wetgever eenvoudig van het recht van den sterkste tegenover de vrouw heeft gebruik gemaakt", om dan hiermede tevens over te gaan tot de bespreking van de vóórlaatste alinea van Uw adres, luidende, voor zoover dit punt betreft: „en zouden het een zegen noemen, indien nog gedurende Uw Regentschap" (ik cursiveer) „de onbillijkheid mocht worden opgeheven, waardoor bij artikel 287 van het Burgerlijk Wetboek voor X.-I. het onderzoek naar het vaderschap wordt verboden, terwijl bij artikel 288 het onderzoek naar de moeder wordt toegelaten".

Hieruit zou men mogen afleiden, dat Ge met Uw adres, in tegenstelling met het daaraan voorafgaande, niet verder beoogt dan de ongelijkheid, in die beide artikelen ten aanzien van het vader- en het moederschap gesteld, op te heffen.

En daarom herhaal ik mijn vraag: Hoever wilt Ge gaan met Uw verzoek tot wetswijziging?

Maar, afgescheiden daarvan, wensch ik nu te betoogen, dat de door u beweerde ongelijkheid niet verder bestaat, dan het verschil in sexe noodwendig medebrengt.

's Wetgevers systeem is ook ten aanzien van het moederschap : geen processen, die toch niet berekenbaar tot bewjjs van het moederschap kunnen leiden. Daarom bepaalde hij dan ook in de tweede en verdere alinea's van het door u aangehaalde artikel 288: „In zoodanig geval" (d. i. in geval van het onderzoek naar het moederschap) „is het kind verplicht te bewjjzen, dat het is hetzelfde kind van hetwelk de moeder is bevallen. Tot geen bewijs door getuigen wordt het kind toegelaten, ten ware reeds een begin van bewijs bij geschrifte mocht bestaan".

Wat blijft er nu, na die opmerking, van uw geheele beweren omtrent de bewuste ongelijkheid over?

Niets, hoegenaamd niets. Integendeel: voor het onderzoek naar het vaderschap in de gevallen, waarin dit nu is toegelaten, eiseht de wetgever niet eens dat strenge bewys, zooals