is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reglement intact had gelaten en waarin van een dagelijksche bemoeienis van den Gouverneur-Generaai wordt gesproken;

dat art. 1 van Staatsblad 1826 No. 22 van zoodanige bemoeienis niet rept;

dat bovendien Stbl. 1855 No. 15 geen uitdrukkelijke intrekkingvan art. 1 van Stbl. 1826 No. 22 (waartoe blijkens den considerans het voornemen niet bestond) behelst;

dat naar het oordeel der eischeresse art. 1 van Stbl. 1855 No. 15 dan alleen behoorlijk wordt geïnterpreteerd, wanneer men het beschouwt als een aanvulling van de bestaande bepaling en dus daardoor genoemde ambtenaren, behalve de rechterlijke macht, bevoegd acht kortingen te verleenen;

dat het positieve recht wil, en zulks mag rationeel heeten, dat de crediteur van een landsdienaar welke korting verlangt op de bezoldiging van zijn debiteur (welke voor beslag niet vatbaar is) zich of met een daartoe strekkend verzoek wendt tot den chef van het Departement, waaronder de tak van dienst waarbij de ambtenaren werkzaam is ressorteert, die bij ontkentenis der schuld door den debiteur afwijzend op het verzoekschrift moet beschikken of tot den rechter die, trofs die ontkentenis, indien wettig bewijs door den crediteur wordt voorgebracht, haar vermag te verleenen;

dat namens den verweerder in de tweede plaats wordt aangevoerd, dat hij niet schuldig is hetgeen eischeresse van hem vordert, terwijl hij tot staving van die bewering aanvoert dat de in judicio overgelegde rekening-courant tusschen eischeresse en Alie Iloessin niet vaststaat; dat die slordig is gehouden; dat zij niet behoorlijk gejustificeerd is; dat alle credietposten onbewezen zijn en dat verzuimd is door den verweerder gedane betalingen, waartoe hij ingevolge een huurcontract gehouden was, in het crediet van den hoofdschuldenaar te brengen;

dat verweerder het doet voorkomen alsof eischeresse gehouden ware een rekening-courant aan te houden en elke post voorkomende in hare rekening-courant te bewijzen en in gebreke ware dat bewijs te leveren; dat echter niets minder waar is dan dat;