is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het feit, dat menig preventief gedetineerde in de besmette gevangenissen door beri-beri wordt aangetast, maakt reeds een bepaling in den geest van art. 227 van het Nederl. wetboek van strafvordering dringend noodig, welke de gelegenheid zou versehaifen om de preventieve hechtenis op te heften daar, waar deze den dood van den beklaagde dreigt ten gevolge te zullen hebben. Buitendien doen zich dikwerf gevallen voor, waarin opheffing van preventieve hechtenis wenschelijk is. Bij een landraad op Java waren de zaken van eenige beklaagden onderzocht, doch processtukken en vonnissen (zoo ze ooit waren opgemaakt) waren niet meer te vinden. Door toepassing van Ind. Stbl. 1854 No. 39 (voorziening in geval van het verloren raken van vonnissen of stukken behoorende tot onuitgewezen processen in strafzaken) werden de zaken beëindigd. Ondertusschen hadden de beklaagden een paar jaren in preventieve hechtenis doorgebracht. Zeer onlangs was een landraad op een der Buitenbezittingen buiten staat om de zaak van een

hechtenis niet als straf te beschouwen is, zeker wel in de allerlaatste plaats op Voor den inlandschen beklaagde is-preventieve hechtenis, welke gemis van beweging in de vrije lucht en daardoor grootere vatbaarheid voor de in de gevangenissen heerschende beri-beri meebrengt, erger dan de werkelijke straf, die tot arbeid buiten de gevangenis verplicht Alleen het Hooggerechtshof is bevoegd om de reeds doorgestane gevangen-houding geheel of ten deele als straf toe te rekenen (art. 296 Ind. strafv.). Het Hof brengt, als wij ons niet vergissen, een tijdruimte van drie maanden nooit in rekening, vermoedelijk den tijd, die noodig geacht wordt voor het voorloopig onderzoek en de behandeling der zaak. Waarom niet? Zijn dan die drie maanden vrijheidberooving feitelijk geen slraf P Het ontwerp van een Wetboek van Strafrecht voor Europeanen in Ned.-Indië huldigt het facultatieve stelsel van toerekening voor het geheel of voor een deel (art. 35). zulks in navolging van art. 27 van het Nederlandsch Wetboek van Strafrecht. Het laat zich aanzien, dat dit facultatieve stelsel ook zal aangenomen worden bij het in wording zijnde strafwetboek voor inlanders. Toch verbiedt art. 75 van het Kegeeringsreglement niet om het Fransche, het verplichte stelsel van toerekening zoowel voor het Europeesche, als voor het inlandsche strafwetboek over te nemen.