is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou verzwaren en dus wederom tot uitbreiding van personeel zou leiden, terwijl juist, om het prestige van 's Hofs rechtspraak te verhoogen, het uitgangspunt moet zijn: weinige maar uitstekende rechters.

Het Hooggerechtshof eischt in zjjn tegenwoordige samenstelling aan uitgaven veel meer, dan alle drie de Raden van Justitie op Java te zamen. Dientengevolge zou men zeggen, in aanmerking nemende dat het de tijd niet is, en deze ook wel vooreerst niet komen zal, om belangrijke sommen voor nieuwe organisatiën aan te vragen, dat de ontwikkeling van het indisch rechtswezen in haar loop grootendeels gestuit is. Het terugbrengen van het Hof tot een meer normale verhouding kan echter uitweg geven. En dit is tot stand te brengen door het Hof van de revisierechtspraak te ontheffen, om deze over de drie Raden van Justitie op Java te verdeel en. Worden de Raden van Justitie samengesteld als hierboven is uiteengezet, worden zjj gebracht op het standpunt als tot dusver door den Raad van Justitie te Batavia is ingenomen, dan kan dit zonder bezwaar geschieden.

Het denkbeeld is niet nieuw. Daargelaten dat, gelijk wij reeds zagen, in 1879 de Raad van Justitie te Batavia, te hulp geroepen om achterstand bij te werken, tot aller tevredenheid revisie-rechtspraak uitoefende, maakte in datzelfde jaar de overbrenging der revisie naar de drie Raden van Justitie op Java een punt van overweging uit bij de Indische Regeering.

In 1890 werd, op aandrang van het Opperbestuur, in Indië nog eens opzettelijk nagegaan of het aanbeveling kon verdienen die overbrenging te doen plaats grijpen. Wanneer men dan in het Koloniaal Verslag van 1891 leest, dat vrees voor het verloren gaan van de eenheid der rechtspraak de indische autoriteiten het denkbeeld deed ontraden, dan staat men verbaasd, dat een argument, van zoo weinig kennis van den feiteljjken toestand getuigende, te berde werd gebracht. Elk landraadsvoorzitter toch kan getuigenis afleggen van de groote slingeringen, die de jurisprudentie van het Hof maakt; trouwens de voorwaarden,