is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De inleiding: het recht van beschikken van den vader tegenover het recht van erven van de zoons, is zuiver uiteengezet. Alleen zou ik, waar de bevoegdheid van den vader, om den eenen zoon een grooter aandeel te doen toekomen dan de anderen ontvangen, behandeld wordt, willen bijvoegen dat ook een bevoegdheid bekend is om aan de dochters zooveel toetebedeelen als noodig is voor een huwelijksuitzet of aan de vrouw het vruchtgebruik te verzekeren van een bepaald aangewezen perceel, dat na haar overlijden weder tot de boedel massa terugkeert en onder de zoons verdeeld wordt. Deze bevoegdheden mogen echter niet uitgelegd worden als inbreuken op het recht der zoons, maar behooren op dezelfde wijze verklaard te worden als Mr. Fromberg uitlegt, hoe door het schenken van iets meer aan een gebrekkigen zoon of aan een, die aanleg heeft voor studie, eigenlijk juist de meest strikte gelijkheid betracht wordt. Immers de kosten van uithuwelijking der dochters en van de verzorging der moeder moeten door de zoons gedragen worden. Dat die kosten nu als 't ware van den boedel afgaan, is geen aantasting van de rechten der zoons.

Naar de opvatting van Mr. Fromberg vloeit uit het gezag van den pater-familias niet voort, dat deze de bevoegdheid zou hebben om zijn zoons voorbij te gaan in zake erfopvolging.

Maar, indien er nu geen zoons zijn en er ook niet geadopteerd kan worden, zoo vraagt hij op bl. 67, kunnen dan de dochters opkomen tegen een uitersten wil, waarbij zij onterfd zijn'? En hierop antwoordt hij: stellig ja! Het doet mij genoegen dit antwoord te lezen, want ook ik heb dit wel eens in de practijk gegeven en wel niettegenstaande het erfrecht van dochters zoo weinig op den voorgrond treedt.

Na de dochters komt naar mijn opvatting de staat. Zal deze opkomen tegen een beschikking, bij welke de nalatenschap aan eenig verwant of bij algeheele ontstentenis van familie aan een klooster of andere instelling is vermaakt? Deze vraag is zeer onchineesch. Om de beantwoording daarvan kan de Chineesche staat zich niet bekommeren. Alweder, hij rekent op de adoptie.