Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld, dat de zonde de straf der zonde is (67). Doch bij patjlus is het de straf, die elk zondaar zich, ah individu, door eigen schuld en afval van God berokkent; terwijl het bij augustinus de straf is, die wegens de eerste zonde, door het menschdom in adam gepleegd, aan allen is opgelegd.

Wel komt augüsthhüs ook daarin met paulus overeen , dat hij geen onderscheid maakt tusschen zoogenaamde willekeurige en natuurlijke straffen (08), daar hij de natuurlijke gevolgen der verdorvenheid, alle straffen van God noemt en van de verdoemenis afleidt. Maar dit is in dezen weer het verschil tusschen beide, dat augtjstiiïus de verdorvenheid niet als een natuurlijk gevolg van de eerste zonde afleidt, maar haar als eene, willekeurig, zonder natuurlijk verband, daarop gestelde, straf voorstelt, en dus in den grond alle straffen tot positive of willekeurige maakt, terwijl integendeel paulus de natuurlijke gevolgen der zonde als straffen Gods, als eene openbaring van den toorn Gods doet kennen (69).

(67) Rom. 11 24—32.

(68) Ook pa.ultjs maakt dit onderscheid nietj zie Rom. I: IS—32, waar hij al de gevolgen der zonde als blijken en uitwerkselen van de oqyrj toü Qeou (den toorn Gods) voorstelt.

(69) Paulus en augustinus hebben dit gemeen, dat zij de veroordeeling en de ellende (y.acay.^uct en tfararog, damnaiio et miseria) in de uitdrukking scheiden, maar in de zaak, in het denkbeeld , vereenigen, zoodaf. men de damnatio de formele en de miseria de materiële zijde van eene en dezelfde zaak kan noemen. Zoo is ook de Sty.aLcooig de formele zijde van datgene, waarvan de de materiële zijde is.

Sluiten